Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 25 oktober 2024;
- het verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 15 januari 2025.
Rechtbank Rotterdam
De vrouw verzocht de rechtbank Rotterdam om de kinderalimentatie te verhogen van €83,- naar €709,- per maand met ingang van 1 januari 2024, stellende dat haar inkomen door slechte gezondheid is gedaald en het inkomen van de man is gestegen. De man voerde gemotiveerd verweer en betwistte dat sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden. Hij stelde dat zijn inkomen vrijwel gelijk is gebleven en dat de vrouw haar stellingen onvoldoende heeft onderbouwd.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 1:401 lid 1 BW Pro een wijziging van de onderhoudsbijdrage alleen mogelijk is bij een rechtens relevante wijziging van omstandigheden. De vrouw diende haar verzoek met verificatoire bescheiden te onderbouwen, wat niet is gebeurd. De vermeende wijziging van omstandigheden aan de zijde van de man, namelijk de geboorte van een tweede kind, werd door hem niet als grond voor wijziging aangevoerd.
Daarom verklaarde de rechtbank de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie. De proceskosten werden ieder door de eigen partij gedragen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Verzoek tot wijziging kinderalimentatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een rechtens relevante wijziging van omstandigheden.