Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4058

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
C/10/713735 / JE RK 26-129
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens kwetsbare thuissituatie en hulpbehoefte

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzoekt om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2010, die eerder in een gezinshuis verbleef en nu weer thuis woont. De minderjarige heeft een autismespectrumstoornis en problemen met emotieregulatie, wat in het verleden leidde tot spanningen, suïcidale uitlatingen en risicovol gedrag.

De hulpverlening bestaat uit psychomotorische therapie, traumabehandeling en gezinsondersteuning, waarbij de minderjarige meewerkt aan de afspraken. De thuissituatie blijft echter kwetsbaar en er wordt een tweesporenbeleid gevoerd: voortzetting van hulp thuis en onderzoek naar passende groepsbehandeling indien nodig.

De kinderrechter constateert dat de ontwikkelingsbedreiging nog niet is weggenomen en dat de ouders ondersteuning nodig hebben om de hulpverlening te organiseren. Daarom is voortzetting van de ondertoezichtstelling noodzakelijk om regie te houden en tijd te geven aan de hulpverlening. De beschikking wordt verlengd tot 26 maart 2027 en is direct uitvoerbaar.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 26 maart 2027 en de beschikking is direct uitvoerbaar.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/713735 / JE RK 26-129
Datum uitspraak: 6 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats], hierna te noemen [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]en
[naam vader],
hierna te noemen de moeder en de vader, tezamen de ouders, wonende in [woonplaats].

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van op 19 januari 2026, binnengekomen op 23 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- twee vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2].
1.3.
De vader en de moeder zijn, na voorafgaande kennisgeving, niet verschenen.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] uitgenodigd voor een gesprek. Hierop is geen reactie gekomen..

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
2.2.
[minderjarige] woont bij haar ouders.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 17 maart 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 26 maart 2026.

3.Het verzoek van de GI

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. [minderjarige] verbleef eerder bij Schakenbosch. Daarna is zij in een gezinshuis van Horses & Co geplaatst. Het plan was dat zij vanuit het gezinshuis zou doorstromen naar de behandelgroep Stormvogel van Youz, zodat zij daar behandeling zou krijgen en in de weekenden thuis zou zijn. Deze plaatsing is uiteindelijk door Youz geannuleerd, omdat onvoldoende motivatie bij [minderjarige] werd gezien. [minderjarige] is daardoor weer thuis komen wonen. Sindsdien wordt ingezet op hulpverlening in de thuissituatie. Horses & Co blijft betrokken bij het gezin en biedt verschillende vormen van ondersteuning, waaronder psychomotorische therapie (PMT), traumabehandeling (EMDR) en gezinsondersteuning. [minderjarige] gaat consequent naar de afspraken en werkt mee aan de behandeling. Tegelijkertijd is het thuis nog weleens lastig en kan [minderjarige] hoog in haar emoties schieten. De GI omschrijft de thuissituatie als kwetsbaar; er is weinig nodig om de situatie opnieuw te laten kantelen. Om die reden werkt de GI met een tweesporenbeleid. Enerzijds wordt ingezet op voortzetting van de hulpverlening vanuit huis. Anderzijds wordt onderzocht welke groep passend zou zijn voor [minderjarige], voor het geval het thuis toch niet lukt. De GI heeft benadrukt dat het de voorkeur heeft dat [minderjarige] thuis kan blijven wonen, maar acht betrokkenheid van de jeugdbescherming nog wel nodig. De ouders, gelet op wat het gezin al heeft doorgemaakt, zijn gebaat bij die betrokkenheid, omdat zij anders niet steeds in staat zijn de juiste stappen te zetten. De ouders en [minderjarige] hebben de GI laten weten dat zij achter de verlenging van de ondertoezichtstelling staan.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
4.2.
[minderjarige] heeft veel ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt. Daarnaast is bij haar een autismespectrumstoornis vastgesteld en heeft zij problemen met emotieregulatie. Dit heeft in het verleden geleid tot spanningen in de thuissituatie, suïcidale uitlatingen en risicovol gedrag. Uit de stukken en de toelichting ter zitting blijkt dat inmiddels verschillende vormen van hulpverlening zijn ingezet en dat [minderjarige] stappen heeft gezet. Zij volgt op dit moment EMDR en PMT via Horses & Co en gaat naar de afspraken. Ook wordt opnieuw gekeken naar mogelijkheden voor onderwijs en verdere behandeling. De kinderrechter stelt echter vast dat de situatie nog kwetsbaar is. De kinderrechter acht het daarom van belang dat de ingezette hulpverlening de tijd krijgt om verder effect te hebben en dat tegelijkertijd zicht blijft bestaan op welke aanvullende behandeling voor [minderjarige] nodig is. De kinderrechter ziet betrokken ouders, die zich inspannen om het gezin bij elkaar te houden en [minderjarige] te ondersteunen. Dat verdient waardering. Tegelijkertijd is de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] nog niet voldoende weggenomen. Gelet op de aard en intensiteit van de problematiek en de voorgeschiedenis van het gezin hebben de ouders nog ondersteuning nodig bij het organiseren en volhouden van de benodigde hulpverlening. De betrokkenheid van de GI blijft daarom noodzakelijk om de regie te houden op het hulpverleningstraject en om, indien nodig, in te grijpen. Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter het verzoek toewijzen voor de verzochte duur.
4.3.
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar.
4.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 26 maart 2027;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026 door mr. A.M.I. van der Does, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 19 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.