Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4091

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
C/10/714706 / JE RK 26-268
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 JeugdwetWet beëdigde tolken en vertalers
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking kinderrechter over machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering om een machtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige die verblijft op een gesloten groep. De minderjarige voelt zich onveilig door de dynamiek op de groep en incidenten met andere jongeren, waaronder een recente mishandeling.

De moeder en de begeleider van de minderjarige bevestigen de onveilige situatie en pleiten voor een spoedige overplaatsing naar een veiligere plek, bij voorkeur een locatie waar ook het broertje verblijft. Er is echter nog geen passende vervolgplek beschikbaar. De moeder beschikt niet over een eigen woning, waardoor thuisplaatsing niet mogelijk is.

De kinderrechter oordeelt dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de minderjarige belemmeren. Gezien het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven en de onveilige situatie op de huidige groep, wordt de machtiging verlengd voor de duur van één maand met inzet van 1-op-1 begeleiding. Dit is een noodoplossing in afwachting van een passende vervolgplek.

De beschikking is gegeven op 26 februari 2026 en schriftelijk vastgelegd op 9 maart 2026. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: Machtiging gesloten jeugdhulp verlengd voor één maand wegens onveilige situatie en gebrek aan alternatieven.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/714706 / JE RK 26-268
Datum uitspraak: 26 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] ,
advocaat mr. A. Apistola, kantoorhoudende in Zwijndrecht.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[persoon A] ,
hierna te noemen: de begeleider van [voornaam minderjarige] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 4 februari 2026, ontvangen op 10 februari 2026;
  • de stukken ingediend door de advocaat van [voornaam minderjarige] op 26 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [voornaam minderjarige] , bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon B] en [persoon C] .
1.3.
Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de taal Spaans, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van K.S. van Wezel, tolk in de taal Spaans. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van Pro de Wet beëdigde tolken en vertalers.
1.4.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend tot de mondelinge behandeling aan [persoon A] , de begeleider van [voornaam minderjarige] op de gesloten groep. De kinderrechter heeft de begeleider tevens aangemerkt als informant.
1.5.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter in het bijzijn van zijn advocaat. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft op een gesloten groep op een voor de moeder geheime locatie.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van heden de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 8 maart 2027.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 januari 2026 een machtiging verleend [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 8 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht het nader toe. Tijdens de zitting van 21 januari 2026 heeft de moeder [voornaam minderjarige] gezien en blauwe plekken bij hem geconstateerd. Naar aanleiding hiervan heeft de GI contact opgenomen met de groep waar [voornaam minderjarige] verblijft en heeft er een taxatiegesprek plaatsgevonden. Uit dit gesprek is naar voren gekomen dat er plagerig contact is op de groep wat soms grenzen overgaat en dat [voornaam minderjarige] zich niet fijn voelt in het contact met een van de oudere jongens. Vervolgens zijn er afspraken gemaakt met de groep om ervoor te zorgen dat er zicht is op [voornaam minderjarige] en hij de groepsleiding kan benaderen. Daarnaast wordt de betreffende jongen op dit moment grotendeels afgezonderd van de groep met 1-op-1 begeleiding. De GI is met spoed op zoek naar een andere plek voor [voornaam minderjarige] . Er is misschien een tijdelijke plek voor [voornaam minderjarige] beschikbaar op een crisisgroep bij de locatie waar zijn broertje, [naam broertje] , verblijft. Dit moet de komende periode verder worden onderzocht. Op dit moment is er nog geen andere plek voor [voornaam minderjarige] beschikbaar dan de plek waar hij nu zit. De GI vindt een voortzetting van deze plaatsing meer in [voornaam minderjarige] zijn belang dan een verblijf op verschillende wisselende crisisgroepen, wat de enige andere mogelijkheid is. Ter overbrugging kan de GI 1-op-1 begeleiding inzetten voor [voornaam minderjarige] bij zijn huidige verblijf.
4.2.
Namens en door [voornaam minderjarige] wordt ter zitting primair verzocht om het verzoek van de GI af te wijzen. Subsidiair wordt verzocht om de duur van de gesloten plaatsing te beperken tot twee weken. De locatie waar [voornaam minderjarige] verblijft is eind januari onder verscherpt toezicht gesteld door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: IGJ). De advocaat van [voornaam minderjarige] heeft vandaag een gesprek gehad met de behandelcoördinator van de locatie waar [voornaam minderjarige] verblijft en is erg geschrokken van dit gesprek. De behandelcoördinator heeft gezegd dat de veiligheid van [voornaam minderjarige] op de betreffende locatie niet wordt gewaarborgd en hij daar zo snel mogelijk weg moet. Uit de notulen van het behandeloverleg van 12 februari 2026 blijkt dat het advies van de taxateur toen al was om [voornaam minderjarige] ASAP naar een veiliger omgeving te plaatsen. ASAP betekent as soon as possible, maar [voornaam minderjarige] zit nog steeds op dezelfde groep. Er zijn allerlei maatregelen ingezet om de veiligheid van [voornaam minderjarige] te waarborgen, maar het is gebleken dat dit niet voldoende is. De dynamiek tussen de jongens op de groep is niet goed en de incidenten lopen op. Vorige week woensdag heeft er een incident plaatsgevonden waarbij [voornaam minderjarige] hard is geslagen. Elk incident dat plaats vindt, zorgt voor extra trauma bij [voornaam minderjarige] . Er is sprake van een noodsituatie, wat maakt dat [voornaam minderjarige] zo snel mogelijk moet worden overgeplaatst voor zijn eigen veiligheid. Indien wordt geoordeeld dat het verblijf van [voornaam minderjarige] op de huidige locatie moet worden voortgezet, is 1-op-1 begeleiding noodzakelijk.
4.3.
De moeder wil dat [voornaam minderjarige] zo snel mogelijk weg gaat van de locatie waar hij nu is. De moeder zegt al langere tijd dat het niet veilig is voor [voornaam minderjarige] op zijn huidige verblijfsplek. [voornaam minderjarige] zijn gedrag is een schreeuw om hulp. In eerste instantie wilde de moeder niet dat [voornaam minderjarige] en [naam broertje] op dezelfde locatie zouden verblijven. Echter heeft zij gezien dat de jongens meer van elkaar houden nu zij niet meer bij haar wonen en de jongens willen graag samen zijn. Als het mogelijk is om [voornaam minderjarige] op de locatie waar [naam broertje] verblijft te plaatsen, kan de moeder dit daarom toestaan.

5.De informatie

5.1.
De begeleider van [voornaam minderjarige] maakt ter zitting kenbaar dat [voornaam minderjarige] zo snel mogelijk weg moet van de locatie waar hij nu verblijft. Er zijn jongens met eigen problematiek op de groep gekomen waardoor de dynamiek is veranderd en [voornaam minderjarige] achteruit gaat. [voornaam minderjarige] is nog erg jong en dit gaat niet goed samen met de andere jongens op de groep. De begeleiders proberen veel zicht te houden op [voornaam minderjarige] en de situatie. Echter zijn er soms invallers aan het werk die anders op [voornaam minderjarige] en de situatie reageren dan de vaste begeleiders. Een vervolgplek is op dit moment passender voor [voornaam minderjarige] , ook als dat niet meer gesloten is. [naam broertje] maakt een goede ontwikkeling door op de locatie waar hij nu verblijft. Het zou daarom mooi zijn als [voornaam minderjarige] ook naar deze locatie kan.

6.De beoordeling

6.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [voornaam minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen, aangezien er op dit moment geen enkele andere plek is waar [voornaam minderjarige] naar toe kan. [1]
6.2.
[voornaam minderjarige] verblijft op dit moment op een gesloten groep. Ter zitting is gebleken dat alle partijen het erover eens zijn dat deze gesloten groep niet de juiste plek voor [voornaam minderjarige] is. Er hebben veranderingen plaatsgevonden in de samenstelling van de groep waar [voornaam minderjarige] verblijft, waardoor sprake is van een zorgelijke dynamiek. [voornaam minderjarige] voelt zich en is niet veilig op de groep, er vinden incidenten plaats en ook de begeleiding op de groep geeft aan dat het nodig is dat [voornaam minderjarige] overgeplaatst wordt. De gedragswetenschapper heeft weliswaar ingestemd met gesloten jeugdhulp, maar zij heeft [voornaam minderjarige] op 9 december 2025 gesproken, bijna drie maanden geleden. Uit de instemmingsverklaring blijkt niet dat de gedragswetenschapper kennis heeft genomen van de recente ontwikkelingen op de groep en de traumatische ervaringen die [voornaam minderjarige] daardoor oploopt, zoals die o.a. door zijn begeleider ter zitting zijn beschreven. Op dit moment is er echter nog geen passende vervolgplek voor [voornaam minderjarige] . De moeder beschikt op dit moment niet over een eigen woning, een thuisplaatsing is alleen al daarom (nog) niet aan de orde. Er is mogelijk een groep op de locatie waar broertje [naam broertje] verblijft die passend is voor [voornaam minderjarige] , maar deze optie moet nog worden onderzocht. Gelet op de zorgelijke situatie van [voornaam minderjarige] op zijn huidige groep dient deze optie, dan wel een andere passende optie voor een vervolgplek, met spoed te worden onderzocht en dient [voornaam minderjarige] zo snel als mogelijk naar een voor hem veiliger plek te worden overgeplaatst.
6.3.
In de tussentijd heeft [voornaam minderjarige] echter ook een verblijfplek nodig. Gelet op het bovenstaande is een voortzetting van de huidige plaatsing op de gesloten groep voor nu de enige mogelijkheid. Hierbij is de inzet van 1-op-1 begeleiding voor [voornaam minderjarige] noodzakelijk om zijn (gevoel van) veiligheid zo goed als mogelijk te waarborgen.
6.4.
De voortzetting van de plaatsing op de gesloten groep is een noodoplossing in afwachting van een vervolgplek en mag niet lang duren. Gelet hierop ziet de kinderrechter reden om de machtiging te verlenen voor een kortere periode dan verzocht, te weten voor de duur van één maand.

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1.
verleent een machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 8 maart 2026 tot 8 april 2026;
7.2.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026 door mr. A.M.I. van der Does, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.L. Bottse als griffier, en op schrift gesteld op 9 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).