De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering om een machtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige die verblijft op een gesloten groep. De minderjarige voelt zich onveilig door de dynamiek op de groep en incidenten met andere jongeren, waaronder een recente mishandeling.
De moeder en de begeleider van de minderjarige bevestigen de onveilige situatie en pleiten voor een spoedige overplaatsing naar een veiligere plek, bij voorkeur een locatie waar ook het broertje verblijft. Er is echter nog geen passende vervolgplek beschikbaar. De moeder beschikt niet over een eigen woning, waardoor thuisplaatsing niet mogelijk is.
De kinderrechter oordeelt dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de minderjarige belemmeren. Gezien het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven en de onveilige situatie op de huidige groep, wordt de machtiging verlengd voor de duur van één maand met inzet van 1-op-1 begeleiding. Dit is een noodoplossing in afwachting van een passende vervolgplek.
De beschikking is gegeven op 26 februari 2026 en schriftelijk vastgelegd op 9 maart 2026. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na uitspraak of betekening.