Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4291

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/10/715523 / JE RK 26-384
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2009. De minderjarige verblijft momenteel bij FocusZorg te Nijmegen en staat op het punt te starten met een traject bij Yes We Can (YWC).

De moeder van de minderjarige stemt in met de verlenging van de uithuisplaatsing, maar vindt een jaar te lang en uit zorgen over gebrekkige communicatie door de GI, wat spanningen veroorzaakt. De kinderrechter constateert dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld en acht verlenging noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.

De ondertoezichtstelling wordt verlengd voor een jaar, terwijl de machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd voor vier maanden, met een nadere zitting gepland op 2 juli 2026 om de situatie opnieuw te beoordelen. Tevens wordt de mogelijkheid van benoeming van een bijzonder curator besproken, die na het YWC-traject kan worden ingesteld indien gewenst door de minderjarige.

De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling tot 8 april 2027 en de machtiging tot uithuisplaatsing tot 8 augustus 2026, met een nadere zitting gepland voor verdere beoordeling.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/715523 / JE RK 26-384
Datum uitspraak: 26 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[oma mz],
hierna te noemen de oma mz, wonende in [woonplaats 2] (België).

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 25 februari 2026, ontvangen op diezelfde datum;
  • de mening van de moeder, ingezonden door de GI op 3 maart 2026;
  • de brief van de moeder, ontvangen op 18 maart 2026;
  • de brief van [voornaam minderjarige] , ontvangen op 18 maart 2026;
  • de briefrapportage van de GI van 23 maart 2026, ontvangen op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
1.4.
De kinderrechter constateert dat de oma mz als informant is opgeroepen, maar dat zij – behalve als oma – geen directe betrokkenheid meer heeft bij [voornaam minderjarige] . Oma mz behoeft daarom niet langer als informant te worden aangemerkt of opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij FocusZorg te Nijmegen.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 4 april 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 8 april 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 januari 2026 de machtiging verlengd om [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 8 april 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. [voornaam minderjarige] kan in principe op 8 april a.s. starten bij Yes We Can (hierna YWC). YWC vereist dat er een perspectiefbiedende plek beschikbaar is voor na het traject bij hen. De GI is daar nog mee bezig. Er loopt een aanmelding bij OpticaZorg, maar het is nog onduidelijk welke fase bij hen het meest passend is voor [voornaam minderjarige] , begeleid of onbegeleid. Mocht dit niet lukken dan is er ook nog een optie B en een optie C, namelijk een ander begeleid wonen traject in Rotterdam en een crisisopvang in Rotterdam, maar dit heeft niet de voorkeur. Er heeft nog geen diagnostiek bij [voornaam minderjarige] plaatsgevonden, maar dit is niet noodzakelijk voor YWC. A.s. maandag zal, op verzoek van de moeder en [voornaam minderjarige] , de casus worden overgedragen naar de voormalig jeugdbeschermer van [voornaam minderjarige] . Het traject bij YWC is dan hopelijk definitief rond. Gelet op de ontwikkelingen die gaan komen kan de GI zich vinden in een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor een kortere duur dan verzocht.

4.Het standpunt van de moeder

4.1.
De moeder heeft ter zitting toegelicht dat zij het eens is met de verlenging van de uithuisplaatsing, maar dat een jaar te lang is. De moeder staat achter de plaatsing bij YWC, maar heeft haar twijfels of het de jeugdbeschermer gaat lukken om dit definitief te krijgen. Er wordt namelijk niet goed gecommuniceerd door de GI, wat voor onrust bij de moeder en [voornaam minderjarige] zorgt. [voornaam minderjarige] is vorige keer abrupt overgeplaatst naar Nijmegen. Dit was erg lastig voor [voornaam minderjarige] en de moeder. De moeder heeft het gevoel overal zelf achteraan te moeten, omdat zij van de jeugdbeschermer niks hoort. De moeder zou daarom graag zien dat er beter gecommuniceerd wordt over de plannen en dat zaken in overleg gaan, zoals eerder afgesproken.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting volgt dat [voornaam minderjarige] naar verwachting op korte termijn, 8 april a.s., kan starten bij Yes We Can. Zij zal daar een traject volgen voor de duur van tien weken. Zowel [voornaam minderjarige] als de moeder staan achter dit traject. Zij hebben echter beiden weinig vertrouwen in de GI en zijn bang dat dit niet goed geregeld wordt. De GI is op de achtergrond hard bezig om een vervolgplek voor [voornaam minderjarige] te vinden, die noodzakelijk is voor plaatsing bij YWC, maar de moeder en [voornaam minderjarige] worden hierover mogelijk onvoldoende geïnformeerd. Dit zorgt voor spanningen in de relatie tussen de moeder en [voornaam minderjarige] enerzijds en de GI anderzijds. Hoe meer de moeder en [voornaam minderjarige] de jeugdbeschermer onder druk zetten, hoe lastiger het voor de GI is om zaken geregeld te krijgen. Dat neemt niet weg dat de GI voortvarend te werk dient te gaan en dat hierover goed gecommuniceerd dient te worden.
5.3.
De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van een jaar. De kinderrechter is met [voornaam minderjarige] en de moeder van oordeel dat een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor de verzochte duur van een jaar erg lang is, gelet op de recente en op korte termijn te verwachten ontwikkelingen door het traject bij YWC. De kinderrechter zal de machtiging dan ook verlengen voor de duur van vier maanden en het verzoek voor het overige aanhouden, zodat vinger aan de pols gehouden kan worden. Tegen die tijd is het traject van YWC naar verwachting afgerond en dient bezien te worden wat er verder aan hulp en begeleiding voor [voornaam minderjarige] nodig is.
5.4.
De GI wordt verzocht om twee weken vóór de hierna vermelde datum een briefrapportage (met afschrift aan de moeder) te overleggen over de dan huidige stand van zaken.
5.5.
Ter zitting is gesproken over een mogelijke benoeming van een bijzonder curator voor [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] wil graag dat er iemand is die voor haar belangen opkomt, nu zij het idee heeft dat de GI niet naar haar luistert. Zowel de GI als de moeder vinden het een goed idee om een bijzonder curator voor [voornaam minderjarige] te benoemen, nu de communicatie moeizaam verloopt. De kinderrechter overweegt daarover dat [voornaam minderjarige] op het punt staat om te beginnen bij YWC en dat het traject bij YWC geen ruimte laat voor een bijzonder curator. Als het traject bij YWC ten einde loopt moet een plan gemaakt worden voor daarna. Dan is het mogelijk voor [voornaam minderjarige] fijn als er een bijzonder curator is die met haar mee kan denken en haar stem kan zijn bij de verschillende betrokken instanties. [voornaam minderjarige] kan – als zij daar behoefte aan heeft – de kinderrechter benaderen per mail of brief (onder vermelding van het zaaknummer van deze beschikking C/10/715523) en om benoeming van een bijzonder curator vragen. Nu alle belanghebbenden het daarmee eens kan de kinderrechter zonder nadere zitting ambtshalve over gaan tot de benoeming van een bijzonder curator.
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 8 april 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 8 augustus 2026;
en alvorens verder te beslissen:
6.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de GI en de moeder op te verschijnen tijdens de mondelinge behandeling op
2 juli 2026 te 14.00 uurin het
gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100-125;
6.4.
gelast de griffie [voornaam minderjarige] op te roepen voor een kindgesprek;
6.5.
verzoekt de GI uiterlijk twee weken voor de genoemde datum de kinderrechter (met afschrift aan de moeder) de verzochte rapportage te doen toekomen;
6.6.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026 door mr. A.M.I. van der Does, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier, en op schrift gesteld op 7 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.