Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft de bijstandsuitkering van eiser ingetrokken per 13 december 2024 vanwege diens detentie van 12 december 2024 tot 10 februari 2025. Tevens werd een bedrag van € 496,45 teruggevorderd dat ten onrechte was uitbetaald over december 2024. Eiser had zelf het college geïnformeerd over zijn detentie en verzocht om beëindiging van de uitkering.
Eiser stelde beroep in tegen het bestreden besluit waarin het college de intrekking en terugvordering handhaafde. De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was tot terugvordering op grond van de Participatiewet, omdat eiser geen recht had op bijstand tijdens detentie. Het college had de motivering voor de terugvordering voldoende onderbouwd en het evenredigheidsbeginsel stond niet aan volledige terugvordering in de weg.
Hoewel het college de hoorplicht schond door een te korte termijn voor uitnodiging voor de hoorzitting te hanteren, werd dit gebrek gepasseerd omdat eiser niet benadeeld was. Eiser had voldoende gelegenheid gehad zijn standpunt te presenteren en er waren geen feiten die tot een ander besluit hadden geleid. Het beroep werd ongegrond verklaard, het college werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiser.