ECLI:NL:RBROT:2026:4447
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Woo-verzoek wegens toepasselijkheid bijzondere openbaarmakingsregeling Wet WOZ
Eiseres heeft een verzoek ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo) om documenten te verkrijgen over de waardebepaling van haar woning. De heffingsambtenaar heeft dit verzoek afgewezen omdat de Wet WOZ een eigen, uitputtende openbaarmakingsregeling kent die voorrang heeft op de Woo. Eiseres stelde dat het besluit onbevoegd was genomen en dat de gevraagde documenten onder de Woo vielen.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar tegen het besluit door een andere persoon is behandeld dan degene die het primaire besluit nam, zoals vereist in artikel 10:3, derde lid, Awb. De rechtbank bevestigt dat de Wet WOZ sinds 12 februari 2025 expliciet is toegevoegd aan de bijlage van de Woo, waardoor het bijzondere regime van de Wet WOZ voorgaat. De openbaarmakingsregeling van de Wet WOZ is uitputtend en beperkt de beschikbaarheid van taxatieverslagen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van het Woo-verzoek. Wel veroordeelt zij de heffingsambtenaar tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten, omdat de heffingsambtenaar onvoldoende tijdig op de beroepsgrond heeft gereageerd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het Woo-verzoek wordt ongegrond verklaard en het verzoek blijft afgewezen.