Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
1.Het verloop van de procedure
- de oma mz met haar advocaat;
- de tante mz;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1] ;
- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (hierna te noemen: de GI), [naam 2] .
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
4.2. Door en namens de oma mz wordt op de zitting ingestemd met het verzoek van de Raad. De oma mz maakt zich zorgen over [minderjarige] . [minderjarige] vertoonde al langere tijd zorgelijk gedrag. De oma mz wist niet goed hoe zij hiermee om moest gaan. Eerdere vrijwillige ondersteuning in de thuissituatie is onvoldoende van de grond gekomen en na de plaatsing bij Prokino gestopt. [minderjarige] heeft specialistische hulp nodig. De GI moet zo snel mogelijk onderzoeken welke plek en behandeling het meest passend zijn gelet op haar kwetsbaarheid en belaste voorgeschiedenis.
5.De informant
6.De beoordeling
De problematiek van [minderjarige] is complex en overstijgt het vrijwillig kader. De oma mz heeft zich, met hulp van de tante mz, ingespannen om [minderjarige] te ondersteunen. Zij heeft echter aangegeven dat zij momenteel onvoldoende in staat is om [minderjarige] de benodigde hulp en structuur te bieden. Ook de huidige plaatsing bij Prokino sluit onvoldoende aan bij de behoeften van [minderjarige] . De kinderrechter acht het zorgelijk dat [minderjarige] al geruime tijd uit huis is zonder dat duidelijkheid bestaat over een passende plek waar zij de behandeling kan krijgen die ze nodig heeft. Daarnaast gaat [minderjarige] inmiddels al langere tijd niet naar school.
Er bestaat te veel onduidelijkheid over het vervolgtraject. [minderjarige] is aangemeld bij Horses & Co, maar verdere stappen zijn blijkbaar nog niet gezet, terwijl [minderjarige] al een jaar bij Prokino woont. Uit het raadsrapport volgt dat de gedragswetenschapper van Prokino een twee-milieuvoorziening met inzet van een coach passend vindt, terwijl de Raad uitgaat van een drie-milieuvoorziening. Het is van belang dat de GI op korte termijn onderzoekt welke verblijfplek en behandeling het meest passend zijn, zodat [minderjarige] kan werken aan haar ontwikkeling en voorbereiding op zelfstandigheid. De kinderrechter verwacht dat binnen de verzochte duur van zes maanden duidelijkheid ontstaat over een passende plek en dat concrete stappen worden gezet in de behandeling en begeleiding van [minderjarige] .
7.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.