Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
1.Het verloop van de procedure
- de moeder;
- de pleegmoeder;
- een vertegenwoordiger van de GI (via een digitale videoverbinding), [naam] .
2.De feiten
2.3. Bij beschikking van 17 maart 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 14 april 2026. Bij diezelfde beschikking is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 14 april 2026.
3.Het verzoek
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4.De standpunten
5.De beoordeling
De omgang tussen [minderjarige] en de moeder wordt stapsgewijs uitgebreid en dit verloopt positief. De moeder toont betrokkenheid en houdt rekening met de behoeften en draagkracht van [minderjarige] . Ook de samenwerking tussen de moeder, de pleegmoeder en de GI verloopt goed. Het diagnostisch onderzoek van [minderjarige] is afgerond. Hierbij is onder meer gekeken naar ADHD en hechtings- en traumaproblematiek. De resultaten zijn nog niet bekend. De uitbreiding van de omgang en het onderzoek vragen veel van [minderjarige] . De kinderrechter acht het daarom van belang dat de omgang zorgvuldig wordt opgebouwd en de draagkracht van [minderjarige] wordt gemonitord. De GI dient, na ontvangst van de onderzoeksresultaten, samen met de moeder en de pleegmoeder passende vervolgstappen en ondersteuning te bepalen. Indien de positieve ontwikkeling zich voortzet, kan een overdracht naar het vrijwillig kader worden overwogen.
Verder blijkt dat de vader opnieuw contact heeft gezocht, maar zijn betrouwbaarheid is nog onduidelijk. In het verleden heeft wisselend contact tot teleurstellingen bij [minderjarige] geleid. De kinderrechter acht het daarom van belang dat de GI de regie houdt en zorgvuldig bekijkt of en hoe het contact kan worden opgebouwd. [minderjarige] heeft immers het recht om zijn vader te kennen, mits dit op een voor hem veilige manier gebeurt.
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.