Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:447

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
11884527 HA VERZ 25-74
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:670 lid 1 sub a BWArt. 7:670a lid 4 BWArt. 7:671b lid 2 BWArt. 7:662 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst tijdens ziekte afgewezen wegens opzegverbod

De zaak betreft een verzoek van FNsteel B.V. tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een werknemer die sinds 20 mei 2025 ziek is. FNsteel wil de arbeidsovereenkomst beëindigen wegens bedrijfseconomische omstandigheden, omdat de arbeidsplaatsen in de walserij komen te vervallen door een reorganisatie. Het UWV heeft echter toestemming geweigerd vanwege het opzegverbod tijdens ziekte.

FNsteel betoogt dat de uitzondering op het opzegverbod van artikel 7:670a lid 4 BW van toepassing is, omdat de walserij als zelfstandig bedrijfsonderdeel wordt beëindigd. De kantonrechter volgt dit niet en oordeelt dat de uitzondering niet geldt zolang de formele werkgever FNsteel blijft bestaan. De re-integratieverplichtingen blijven bestaan binnen de andere bedrijfsonderdelen of het tweede spoor.

De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek af en bepaalt dat beide partijen hun eigen proceskosten dragen. Hiermee wordt bevestigd dat het opzegverbod tijdens ziekte een sterke ontslagbescherming biedt, ook bij gedeeltelijke beëindiging van werkzaamheden binnen een onderneming.

Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen vanwege het opzegverbod tijdens ziekte.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht
zaaknummer: 11884527 HA VERZ 25-74
datum uitspraak: 20 januari 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
FNsteel B.V.,
vestigingsplaats: Alblasserdam,
verzoekster,
gemachtigde: mr. C.P. Kuijer,
[naam verweerder],
woonplaats: [woonplaats] ,
verweerder,
gemachtigde: eerst de heer [persoon A] , nu mr. M. Dadashzadeh (DAS Rechtsbijstand).
De partijen worden hierna ‘FNsteel’ en ‘ [naam verweerder] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het verzoekschrift van FNsteel (ontvangen op 18 september 2025), met bijlagen;
  • het verweerschrift van [naam verweerder] met voorwaardelijk tegenverzoek (ontvangen op 8 oktober 2025);
  • de brief van 28 november 2025 van FNsteel, met bijlage;
  • de brief van 15 december 2025 van [naam verweerder] .
1.2.
Op 3 november 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. De kantonrechter heeft de zaak toen aangehouden in afwachting van een beslissing van het UWV over de nog in te dienen ontslagaanvraag voor [naam verweerder] .

2.De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[naam verweerder] is vanaf 1 maart 2021 bij FNsteel in dienst. De functie van [naam verweerder] is constructiewerker in de walserij. [naam verweerder] is sinds 20 mei 2025 ziek. Door een reorganisatie komen alle arbeidsplaatsen in de walserij van FNsteel te vervallen. FNsteel heeft het UWV gevraagd om toestemming te verlenen om de arbeidsovereenkomst van [naam verweerder] op te zeggen op grond van bedrijfseconomische omstandigheden. Het UWV heeft de toestemming geweigerd, omdat sprake is van een opzegverbod. FNsteel is het daar niet mee eens en verzoekt in deze procedure om de arbeidsovereenkomst van [naam verweerder] te ontbinden. [naam verweerder] voert verweer tegen het ontbindingsverzoek. Als de kantonrechter de arbeidsovereenkomst toch ontbindt, verzoekt [naam verweerder] FNsteel te veroordelen om de aangeboden beëindigingsvergoeding en een dienstjarenbonus te betalen. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst niet. Hierna wordt uitgelegd waarom.
De arbeidsovereenkomst wordt niet ontbonden
2.2.
De arbeidsovereenkomst wordt niet ontbonden. Er geldt namelijk een opzegverbod en daarom is ontbinding niet toegestaan (artikel 7:671b lid 2 BW).
2.3.
[naam verweerder] is nog geen twee jaar ziek is en daarom geldt het opzegverbod tijdens ziekte (artikel 7:670 lid 1 sub a BW Pro). Dit opzegverbod geldt niet als er sprake is van beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming (artikel 7:670a lid 4 BW). Volgens FNsteel is daarvan sprake. De kantonrechter volgt FNsteel daarin niet, net zoals het UWV dat niet heeft gedaan. Omdat [naam verweerder] in dienst is van FNsteel en zij blijft bestaan, geldt het opzegverbod tijdens ziekte. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd.
2.4.
FNsteel bestaat uit vier bedrijfsonderdelen waarvan één onderdeel, de walserij, volledig wordt beëindigd. FNsteel stelt zich op het standpunt dat de walserij een zodanig op zichzelf staand bedrijfsonderdeel is dat sprake is van een onderneming in de zin van artikel 7:662 e.v. BW (de bepalingen over overgang van onderneming). Onder verwijzing naar parlementaire geschiedenis en een uitspraak van het Hof Den Bosch heeft ‘onderneming’ in de zin van artikel 7:670a lid 4 BW volgens FNsteel namelijk dezelfde betekenis als ‘onderneming’ in de zin van artikel 7:662 e.v. BW. [1]
2.5.
De wetgever heeft er met de invoering van de Wet Werk en Zekerheid echter bewust voor gekozen om de uitzondering voor beëindiging van de werkzaamheden van een gedeelte van de onderneming niet meer te laten gelden voor het opzegverbod tijdens ziekte. De gedachte daarachter is dat het de verantwoordelijkheid van de werkgever is om voor de re-integratie van haar langdurig zieke werknemer te zorgen. [2] Als een werkgever niet volledig ophoudt te bestaan, kan de werkgever haar re-integratieverplichtingen nakomen en is ontslagbescherming in de vorm van een opzegverbod dus nog zinvol. De re-integratie van de werknemer is in dat geval nog mogelijk in een andere functie binnen de onderneming van de werkgever zelf of bij een andere werkgever (het tweede spoor). De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat de wetgever met ‘onderneming’ de formele werkgever waar de werknemer in dienst is, heeft bedoeld. Deze uitleg sluit ook aan bij de Uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen van het UWV (p. 94). Het feit dat de functie van [naam verweerder] is komen te vervallen, betekent dus niet dat de re-integratieverantwoordelijkheid van FNsteel voor [naam verweerder] bij haar andere drie bedrijfsonderdelen of in het tweede spoor ook is komen te vervallen.
FNsteel en [naam verweerder] moeten de eigen proceskosten betalen
2.6.
De kantonrechter bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen. Dat betekent dat zij geen vergoeding hoeven te betalen voor de kosten die de andere partij heeft gemaakt.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst het verzoek af;
3.2.
bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.P.M. Jurgens en in het openbaar uitgesproken.
49039

Voetnoten

1.Kamerstukken II 1996/97, 25263, p. 29 en Hof Den Bosch 6 juni 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:2048.
2.Kamerstukken II 2013/14, 33818, 7, p. 86.