Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[verzoekster 2]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeksters hebben bij de rechtbank Rotterdam faillissement aangevraagd van verweerster, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, wegens het niet betalen van opeisbare leningen. Verweerster betwistte de bevoegdheid van de rechtbank en stelde dat het centrum van voornaamste belangen in Roemenië ligt, en dat zij slechts een brievenbusmaatschappij is. Tevens voerde verweerster aan dat verzoeksters misbruik maken van hun bevoegdheid door het faillissement aan te vragen.
De rechtbank heeft het vermoeden van artikel 3 lid 1 van Pro de EU Insolventieverordening dat het centrum van voornaamste belangen in Nederland ligt, niet weerlegd geacht. De beperkte activiteiten van verweerster vonden plaats in Nederland en het adres in Zwijndrecht is een fysiek adres waar managementdiensten worden verleend. Het beroep op artikel 21 Rv Pro wegens onvolledige informatie is ongegrond.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake is van misbruik van bevoegdheid door verzoeksters. Het onbetaald laten van opeisbare vorderingen is summierlijk vastgesteld en verweerster verkeert in een toestand van betalingsonmacht. Daarom is het faillissementsverzoek toegewezen, met benoeming van een curator en rechter-commissaris.
Uitkomst: De rechtbank verklaart verweerster failliet omdat het centrum van voornaamste belangen in Nederland ligt en zij niet betaalt.