Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4620

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
C/10/715754 / JE RK 26-410
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265b, eerste lid, BWArt. 1:265c, tweede lid, BWArtikel 3 Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, geboren in 2010 en 2013. De moeder heeft het eenhoofdig ouderlijk gezag. De kinderen verblijven respectievelijk bij Levvel en Schakenbosch, met eerdere machtigingen en ondertoezichtstellingen die binnenkort aflopen.

Tijdens de zitting, gehouden op 10 april 2026, werden de ouders, de stiefvader, vertegenwoordigers van de GI en een behandelcoördinator gehoord. De jongste minderjarige gaf een toelichting op haar situatie en wensen. De vader stemde in met verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de oudste, maar verzette zich tegen de uithuisplaatsing van de jongste, stellende dat plaatsing bij hem beter zou zijn.

De kinderrechter oordeelde dat de ontwikkeling van beide kinderen ernstig wordt bedreigd door het verstoorde ouderlijk conflict en loyaliteitsproblemen. De jongste maakt positieve ontwikkelingen door, maar kan niet bij de ouders wonen. De verlenging van de ondertoezichtstelling en machtigingen tot uithuisplaatsing zijn noodzakelijk voor hun verzorging en behandeling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtigingen tot uithuisplaatsing van beide minderjarige kinderen wegens ernstige bedreiging van hun ontwikkeling.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/715754 / JE RK 26-410
Datum uitspraak: 10 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en een (verlenging) machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,
gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. J.M. Krommendijk, kantoorhoudende te Zoetermeer,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. F. Pool, kantoorhoudende te Rotterdam,
[naam stiefvader],
hierna te noemen: de stiefvader, wonende in [woonplaats 1] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 24 februari 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 3 maart 2026;
  • het wijzigingsverzoekschrift van de GI met bijlagen van 2 april 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 7 april 2026;
  • de brief van de vader, inhoudende verweer met producties, ontvangen op 8 april 2026;
  • het stuk dat de moeder ter zitting heeft voorgelezen en overlegd.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met mr. N. Schiettekatte, waarnemend voor mr. F. Pool;
  • de moeder met haar advocaat;
  • de stiefvader;
- een drietal vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] , [persoon B] en [persoon C] .
1.3.
De kinderrechter heeft ter zitting bijzondere toegang verleend aan de behandelcoördinator van [voornaam minderjarige 2] van Schakenbosch, [persoon D] , en deze behandelcoördinator ter zitting als informant gehoord.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] heeft geen mening gegeven. [voornaam minderjarige 2] heeft een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige 2] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [voornaam minderjarige 2] was aanwezig bij de uitspraak en heeft deze zelf kunnen horen van de kinderrechter.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .
2.2.
Het hof Den Haag heeft bij beschikking van 21 januari 2026 (
zaaknummer: 200.355.947/01) het gezamenlijk gezag van de ouders beëindigd en heeft de moeder belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag.
2.3.
[voornaam minderjarige 1] verblijft bij Levvel en [voornaam minderjarige 2] verblijft bij Schakenbosch.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 april 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 14 april 2026.
2.5.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 oktober 2025 de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlengd tot 14 april 2026.
2.6.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 maart 2026 een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 14 april 2026.

3.Het (gewijzigde) verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van negen maanden. Daarnaast verzoekt de GI een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI wijzigt het verzoek middels het wijzigingsverzoekschrift in die zin dat er ten aanzien van [voornaam minderjarige 1] wordt verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van negen maanden.
3.3.
De GI licht dit ter zitting als volgt toe. [voornaam minderjarige 1] is sinds 25 maart 2026 gestart bij Levvel en zij ervaart dit als positief. [voornaam minderjarige 1] is erg gemotiveerd en de uithuisplaatsing is noodzakelijk, zodat behandeling kan starten. Het perspectief blijft een plaatsing bij de moeder. Ook beide ouders zijn positief over dit traject.
De situatie van [voornaam minderjarige 2] is op dit moment ingewikkelder maar sinds [voornaam minderjarige 2] geen gebruik meer maakt van sociale media en geen contact meer heeft met haar ouders is een positieve verandering zichtbaar. Haar dag- en nachtritme is genormaliseerd en op de groep is zij zichtbaarder. Het is belangrijk dat er de komende periode gekeken gaat worden naar de wens van [voornaam minderjarige 2] . Zij geeft nu aan contact te willen met de moeder en daar te willen wonen. Daarvoor moet het traject eerst zorgvuldig en gefaseerd vormgegeven worden. Ook is het belangrijk dat er wordt gekeken of dat contactherstel met de moeder mogelijk is en of de moeder en stiefvader beschikken over voldoende opvoedvaardigheden. Indien de machtiging tot uithuisplaatsing wordt uitgesproken zal [voornaam minderjarige 2] naar Vitazorg gaan. Vanuit daar zal worden gezocht naar een passende plek in de regio, maar tot op heden is die niet gevonden. Een plaatsing bij een van de ouders op dit moment is niet in het belang van [voornaam minderjarige 2] . Daarnaast kan er na het traject van [voornaam minderjarige 1] bij Levvel worden gestart met een gezinsopname met de moeder in Beilen.

4.De standpunten

4.1.
De kinderrechter heeft met [voornaam minderjarige 2] een samenvatting gemaakt van hun gesprek en deze met instemming van [voornaam minderjarige 2] gedeeld op de zitting:
Ik ben [voornaam minderjarige 2] , dertien jaar oud. Ik herinner me dat ik eerder met u heb gesproken, dat was over de gesloten jeugdhulp. U geeft aan dat u ziet dat ik een andere kleur haar heb. Dat klopt. Het zou eigenlijk blauw moeten zijn, donkerblauw want dat vind ik mooi. U geeft aan dat dit ook prima staat. Het gaat niet zo goed met mij, ik maak me zorgen over een overplaatsing helemaal naar Gelderland. U legt uit dat u als kinderrechter daar niks over mag beslissen en dat weet ik ook. Ik voel me best alleen, want ik mag mijn tablet en telefoon niet zelf gebruiken. Hierdoor mis ik ook het contact met mijn vrienden. Waar ik wel blij van wordt is muziek. Eigenlijk alle soorten, behalve heavy metal. U vraagt aan mij of ik tips heb voor mijn ouders. Die heb ik zeker. Mijn belangrijkste tip is dat ze meer op mij en [voornaam minderjarige 1] letten in plaats van steeds de strijd met elkaar aangaan. Ik heb ook nog een tip voor jeugdbescherming en de andere betrokkenen. Het zou voor mij allemaal wat makkelijker zijn als ik mijn tablet en telefoon zou mogen gebruiken om contact te hebben met mijn vrienden en de buitenwereld. Ik voel me best verdrietig. U vraagt aan mij of ik toch nog een toekomstdroom heb. Ik zou later graag gaan werken in het therapeutisch werk met jongeren dat lijkt me mooi.
4.2.
Door en namens de vader wordt ter zitting het volgende naar voren gebracht. De vader voert geen verweer tegen een verlenging van de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] en tegen de verlenging van de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] . De vader wil dat het met beide dochters goed gaat. Hij vindt het heel belangrijk dat [voornaam minderjarige 2] traumahulp krijgt van een echte psycholoog. De vader voert verweer tegen het verzoek voor de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] en heeft daartoe ook de nodige stukken ingediend. De vader is van mening dat de uithuisplaatsing schadelijker is dan een plaatsing bij de vader thuis. Het is belangrijk dat er naar de gehele situatie wordt gekeken en niet alle oorzaken bij de vader worden neergelegd. De vader betwist dat het nu beter gaat met [voornaam minderjarige 2] , doordat er geen contact meer is met hem. Het is continu de wens van [voornaam minderjarige 2] geweest om bij de vader te wonen. Een plaatsing bij de vader is het meest in haar belang en vanuit daar kan [voornaam minderjarige 2] de hulp krijgen die zij nodig heeft.
4.3.
Door en namens de moeder wordt ter zitting ingestemd met de verzoeken ten aanzien van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . De moeder hoopt dat er rust komt in de situatie, zodat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] toe kunnen komen aan hun ontwikkeling. Zij hebben daar beide ouders voor nodig. De moeder is ongelofelijk trots op beide kinderen en zij hoopt dat er uiteindelijk toegewerkt kan worden naar contactherstel met [voornaam minderjarige 2] .

5.De informatie van de informant

5.1.
De behandelcoördinator brengt ter zitting naar voren dat het belangrijk is dat het verhaal vanuit [voornaam minderjarige 2] wordt begrepen. Zij heeft door het continue loyaliteitsconflict een positie ingenomen en daarin is [voornaam minderjarige 2] wisselend. De coördinator hoopt dat zij daar in de toekomst uit zal komen. Zij heeft hiervoor de volwassenen om haar heen nodig.

6.De beoordeling

De ondertoezichtstelling
6.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling voor zowel [voornaam minderjarige 1] als [voornaam minderjarige 2] is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
6.2.
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] worden nog steeds ernstig in hun ontwikkeling bedreigd. De verhouding tussen de ouders is nog steeds ernstig verstoord en [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verkeren al lange tijd in een enorm loyaliteitsconflict. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] komen daardoor niet toe aan hun eigen ontwikkeltaken. Daarnaast kampt [voornaam minderjarige 1] met angst- en dwangklachten. Ook over [voornaam minderjarige 2] bestaan nog steeds grote zorgen. Het is de afgelopen periode in de gesloten setting op Schakenbosch niet gelukt om behandeling in te zetten. Ook heeft [voornaam minderjarige 2] geen contact meer met haar ouders. Ter zitting is naar voren gekomen dat er de afgelopen periode een prille ontwikkeling ten positieve te zien is bij [voornaam minderjarige 2] . De contacten met de groepsleiding zijn verbeterd evenals haar dag- en nachtritme. De komende periode dienen er nog veel stappen te worden gezet. Zo is [voornaam minderjarige 1] pas sinds kort gestart bij Levvel en zal er aandacht moeten zijn voor de contacten van [voornaam minderjarige 2] met beide ouders. Ook zal er passende behandeling moeten worden opgestart. Daarnaast heeft de GI ter zitting aangegeven te kijken naar een nieuwe gezinsopname, met de moeder, bij Beilen. Een dergelijke gezinsopname kost tijd. Tegelijkertijd moet er aandacht zijn voor het vermelde ernstige loyaliteitsconflict waar [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] zich in bevinden. Daarbij is het belangrijk dat de ouders [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] niet belasten met hun onderlinge strijd en met volwassenenproblematiek. Dit draagt niet bij aan de ontwikkeling van de kinderen. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat de ouders gaan inzien wat de invloed is van hun gedrag op [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . De kinderrechter wijst de ouders daarbij nadrukkelijk op de tip van [voornaam minderjarige 2] . Het is belangrijk dat de ouders de focus leggen op [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] en niet continu de strijd met elkaar aangaan, en waar het de vader betreft de strijd met de instanties. De continue druk die de vader legt op het gehele traject door zijn voortdurende berichtenstroom en wat dies meer zij dienen het belang van beide meiden absoluut niet. Integendeel.
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] zitten klem tussen de ouders en de ouders zijn cruciaal voor het teweegbrengen van een verandering daarin. Artikel 3 van Pro het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind, waarin het belang van het kind als eerste overweging wordt gesteld, geldt uiteraard onverkort ook voor [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] : zij hebben er recht op dat zij tijdens hun (enige) jeugd zich kunnen ontwikkelen tot gelukkige, stabiele volwassenen.
6.3.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de ondertoezichtstelling voor beide meiden nog steeds hard nodig is. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengen voor de duur van een jaar.
De machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1]
6.4.
Op basis van de stukken en hetgeen besproken is op zitting is de kinderrechter van oordeel dat een verlening van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] is gestart bij Levvel en zij lijkt daar stappen vooruit te zetten. Het is in het belang van [voornaam minderjarige 1] dat zij daar de komende periode kan blijven, zodat zij de nodige behandeling kan krijgen. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat [voornaam minderjarige 1] zich daar verder ontwikkelt.
De machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2]
6.5.
Tot slot is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [3] verblijft nu nog bij Schakenbosch maar zij zit hier niet meer op haar plek. De kinderrechter is met de GI van oordeel dat [voornaam minderjarige 2] op dit moment niet bij (een van) haar ouders thuis kan wonen. In afwachting van een nieuwe gezinsopname, met de moeder, in Beilen is het belangrijk dat [voornaam minderjarige 2] op een neutrale plek kan verblijven. De kinderrechter vertrouwt erop dat de GI actie zal ondernemen zodra er een beter passende plek in de regio is gevonden. Daarnaast dient de machtiging niet langer te worden ingezet dan noodzakelijk is. De kinderrechter hoopt dat [voornaam minderjarige 2] de rust krijgt die zij verdient, zodat zij toe kan komen aan haar eigen ontwikkeling.
6.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 14 april 2027;
7.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 14 januari 2027;
7.3.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 14 april 2026 tot 14 april 2027;
7.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
7.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 20 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 Burgerlijk Pro Wetboek (BW).
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
3.Artikel 1:265b, eerste lid, BW.