Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verdere verloop van de procedure
- de spoedbeschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 29 maart 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de briefrapportage van de GI van 7 april 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
- het stuk van mr. L.H.E.M. Berendse inhoudende een sepotbeslissing van 30 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 7 april 2026;
- de aanvullende stukken van mr. A.T. Bol, ontvangen op 9 april 2026.
2.De feiten
3.Het aangehouden en gewijzigde verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
zij benadrukt dat het meer dan kwalijk is dat thans ter zitting blijkt dat een flink gedeelte van de informatie uit het spoedverzoek onjuist bleek. Bij ingrijpende maatregelen zoals een spoeduithuisplaatsing moet de (piket)kinderrechter er vanuit kunnen gaan dat de informatie die wordt verstrekt juist is.
6.De beslissing
7 mei 2026 om 15:30 uur, in het gerechtsgebouw van de rechtbank Rotterdam,
locatie Rotterdam, aan
Wilhelminaplein 100 / 125 in Rotterdam;
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.