Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4667

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
BM13578
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 lid 3 Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentorenArt. 3 lid 3 Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek bewindvoerder tot hogere beloning wegens onvoldoende onderbouwing extra werkzaamheden

De bewindvoerder heeft bij de rechtbank Rotterdam verzocht om een hogere jaarbeloning toe te kennen op grond van artikel 2 lid 3 van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, omdat het vermogen van de betrokkene meer dan 1 miljoen euro bedraagt.

De kantonrechter heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de ontvangen stukken en heeft afgezien van een mondelinge behandeling. Uit de inventarisatie bleek dat het vermogen bij aanvang van het bewind een waarde heeft van €1.271.986,75. De bewindvoerder baseerde zijn verzoek op het forfaitaire tarief van 0,75% van het vermogen voor vermogens boven de €1.000.000.

De rechtbank heeft de bewindvoerder verzocht te onderbouwen welke extra werkzaamheden hij verricht in verband met de omvang van het vermogen. De bewindvoerder heeft dit niet gedaan en volstond met een herhaling van het beroep op het artikel. De kantonrechter oordeelde dat de hogere beloning alleen kan worden toegekend indien de bewindvoerder daadwerkelijk extra werkzaamheden verricht die samenhangen met de omvang van het vermogen.

Omdat de bewindvoerder niet heeft aangetoond welke extra werkzaamheden hij verricht, is het verzoek afgewezen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof Den Haag, uitsluitend via een advocaat, binnen drie maanden na de uitspraak.

Uitkomst: Verzoek bewindvoerder tot hogere beloning wegens omvang vermogen wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing extra werkzaamheden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Toezicht
Locatie Dordrecht
toezichtnummer
:
NL:TZ:0000471536:B001
CBM-nummer
:
BM13578
beschikkingsnummer
:
1
datum
:
15 april 2026

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:
[verzoeker],
[postadres],
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:

[betrokkene],geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957,wonende te [adres]

hierna te noemen: betrokkene.

Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 9 maart 2026,
- de nadere informatie, ontvangen op 9 april 2026,
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.

Beoordeling

Verzoeker vraagt om de jaarbeloning met ingang van 1 oktober 2025 vast te stellen conform artikel 2 lid 3 van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.
Verzoeker licht het verzoek als volgt toe:
“Bij het verzoekschrift was niet bekend wat de samenstelling van het vermogen van betrokkene(n) was .Bij inventarisatie blijkt, dat het vermogen bij aanvang bewind een waarde heeft van € 1.271.986,75.
Mijn verzoek heeft betrekking op het toekennen door de kantonrechter van het forfaitaire tarief zoals is opgenomen in artikel 3 lid 3 van Pro de regeling ' Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, geldend vanaf 1 januari 2026, en zoals gepubliceerd in de Staatscourant, in welke bepaling letterlijk staat opgenomen:
3 Indien het onder bewind staande vermogen meer bedraagt dan € 1.000.000, stelt de kantonrechter de jaarbeloning vast op 0,75% van dat vermogen.
Ik verzoek u beleefd mij toe te staan voor de werkzaamheden het bewindvoeringstarief toe te kennen voor vermogens boven het € 1.000.000,-
De kantonrechter oordeelt als volgt. De bewindvoerder vraagt om aanpassing van de beloning naar het tarief van artikel 2 lid 3 van Pro de Regeling Beloning (0,75% van het vermogen). Hij stelt dat het vermogen dat onder bewind staat meer dan 1 miljoen euro bedraagt.
De bewindvoerder is gevraagd om te onderbouwen welke (extra) werkzaamheden hij moet verrichten in verband met de omvang van het vermogen. De bewindvoerder heeft in reactie op dit verzoek volstaan met opnieuw een beroep op artikel 2 lid 3 van Pro de Regeling Beloning.
De bewindvoerder miskent met zijn reactie dat uit de Toelichting op de Regeling Beloning blijkt dat de kantonrechter de hogere beloning alleen toepast als de bewindvoerder zelf de extra werkzaamheden verricht, die samenhangen met de omvang van het vermogen (Staatscourant 2014, 32149).
Aangezien de bewindvoerder niet heeft onderbouwd welke extra werkzaamheden hij in verband met de omvang van het vermogen (gaat) verricht(en), wordt het verzoek afgewezen.

Beslissing

De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Frikkee, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.