Eiseres, laatst werkzaam als groepsbegeleider, ontving een Ziektewetuitkering die per 28 november 2022 werd beëindigd door het UWV vanwege haar geschiktheid voor eerder geselecteerde functies. Eiseres betwistte dit besluit en stelde dat haar klachten en beperkingen onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelt dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is uitgevoerd. De verzekeringsarts concludeerde dat eiseres ondanks cognitieve en lichamelijke klachten geschikt is voor de eerder vastgestelde functies. Het beroep van eiseres is daarom ongegrond.
Daarnaast werd het beroep aanvankelijk ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening, maar dit verzet werd gegrond verklaard. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten voor het verzet. De rechtbank bevestigt dat het beroep mede betrekking had op het besluit op bezwaar en dat het beroep tijdig was ingesteld.