Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 december 2025;
- een (concept) zorgplan evaluatie van de Viersprong, gemaakt op 23 december 2025;
- het verweerschrift met bijlagen van mr. A.J.C. van Bemmel d.d. 5 januari 2026, dat tijdens de zitting is overgelegd;
- de verklaring van de vader, die tijdens en na de zitting is overgelegd.
- de ouders en hun advocaat;
- de pleegouders;
2.De feiten
3.De verzoeken
3.2. De ouders hebben, voor het geval het verzoek van de GI wordt toegewezen, zelfstandige verzoeken ingediend om de GI te vervangen en op grond van de geschillenregeling te beslissen dat [minderjarige] zo spoedig mogelijk in een positief gescreend pleegezin, niet zijnde de huidige pleegouders, wordt geplaatst. [1]
4.De standpunten
Als toelichting op die zelfstandige verzoeken geven de ouders aan dat [minderjarige] niet op de juiste plek zit bij de pleegouders. Het beeld dat [minderjarige] van haar ouders heeft wordt door de pleegouders negatief ingekleurd, wat maakt dat de ouders zich steeds meer buitenspel gezet voelen. De ouders kunnen niet begrijpen dat de GI de wens van [minderjarige] om bij dit pleegezin te wonen volgt, vandaar het verzoek tot vervanging van de GI.
5.De beoordeling
6.De beslissing
1 juni 2026 pro forma.
mr. A.M.I. van der Does, kinderrechter, in aanwezigheid van D. van der Aa als griffier, en op schrift gesteld op 22 januari 2026.
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.