De rechtbank Rotterdam heeft op 10 april 2026 uitspraak gedaan in het verzet van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goeree-Overflakkee tegen een eerdere uitspraak van 16 februari 2026. In die eerdere uitspraak had de rechtbank het beroep van een geopposeerde tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar gegrond verklaard en het college veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit binnen een gestelde termijn.
Het college stelde in het verzet dat er discussie bestond over het verstrijken van de beslistermijn en dat sprake was van overmacht vanwege de noodzaak van aanvullend parkeeronderzoek, waardoor de termijn voor het nemen van het besluit op bezwaar opgeschort zou zijn. De rechtbank oordeelde dat het verzet gegrond is omdat het niet zonder twijfel vaststaat dat het college te laat was met beslissen en dat de eerdere uitspraak ten onrechte zonder zitting is gedaan.
De rechtbank besloot dat de eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek wordt hervat in de stand waarin het zich bevond voordat die uitspraak werd gedaan. Tevens wordt de zaak gevoegd bij een andere procedure die betrekking heeft op het reële besluit van 9 september 2025. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.