ECLI:NL:RBROT:2026:5049
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatieaanvraag toeslagjaar 2013 wegens ontbreken vooringenomenheid Dienst Toeslagen
Eiseres, gedupeerde van de toeslagenaffaire, verzocht compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) voor het toeslagjaar 2013. De Dienst Toeslagen wees deze aanvraag af wegens het ontbreken van vooringenomenheid en hardheid van het stelsel in dat jaar. Eiseres was het hier niet mee eens en stelde beroep in.
De rechtbank oordeelt dat de Dienst Toeslagen terecht heeft geconcludeerd dat er geen sprake was van vooringenomenheid. Eiseres had aanvankelijk alleen opvanggegevens van twee kinderopvanginstellingen overgelegd, waardoor de Dienst Toeslagen geen aanleiding had om te twijfelen aan de volledigheid van de gegevens. De latere toevoeging van opvanggegevens van een derde instelling kwam pas in bezwaar, wat de oorspronkelijke beschikking niet onrechtmatig maakt.
Verder stelde eiseres dat de lange duur tot definitieve vaststelling van de toeslag in 2015 vooringenomenheid oplevert, maar de rechtbank achtte dit onvoldoende onderbouwd. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor bezwaar- en beroepsbehandeling met zestien maanden is overschreden, waardoor eiseres recht heeft op een immateriële schadevergoeding van € 1.500,-. Ook werd een proceskostenvergoeding van € 467,- toegekend.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen compensatie ontvangt voor 2013, maar wel een schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en kent een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.