Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 april 2026 in de zaak tussen
[verzoekster], uit Rotterdam, verzoeker
de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, het CBR
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Wat is er gebeurd?
De politie heeft vervolgens melding gedaan bij het CBR, omdat het vermoeden is ontstaan dat verzoeker niet langer beschikt over de rijvaardigheid en/of lichamelijke of geestelijke geschiktheid om te rijden. [2] Bij de melding is het proces-verbaal van rijden onder invloed en een proces-verbaal van verhoor van verzoeker, beide van 1 januari 2026, gevoegd. Verzoeker is vervolgens gekeurd door psychiater [naam 2] die heeft geconcludeerd dat
op 1 januari 2026 aanwijzingen zijn voor alcohol- en drugsmisbruik.
De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er voldoende spoedeisend belang bij de verzochte voorlopige voorziening bestaat, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
Als een belanghebbende concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het rapport, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het CBR niet zonder nadere motivering op het rapport afgaan. [3]
7.1 Volgens de vaste rechtspraak van de Afdeling [4] kan de diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ alleen worden verkregen met behulp van meerdere aanwijzingen die deze diagnose ondersteunen en die een aanwijzing kunnen vormen voor de aanwezigheid van alcoholproblemen. Er zijn meerdere, indirecte aanwijzingen nodig om tot deze diagnose te komen, omdat de betrouwbaarheid van anamnestische gegevens in de keuringssituatie laag is. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de omstandigheden van de aanhouding, het goed of langdurig kunnen functioneren met hoge promillages alcohol, afwijkende bloedwaarden die zich voordoen bij mensen met een chronisch hoge consumptie en lichamelijke afwijkingen die zich voordoen bij chronisch overmatig alcoholgebruik.
De diagnose kan niet uitsluitend worden gesteld op grond van de anamnese in combinatie met een sterk verhoogd ademalcoholgehalte, terwijl ook geldt dat de diagnose soms wel kan worden gesteld als het laboratoriumonderzoek geen afwijkende resultaten geeft.