Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 6 februari 2026 en de daarin genoemde stukken;
- de akte van werkgever van 4 maart 2026, met bijlagen;
- de akte van werknemer van 1 april 2026.
Rechtbank Rotterdam
In deze civielrechtelijke arbeidszaak vordert werknemer betaling van een netto bonusbedrag van €15.144 van zijn werkgever, Koninklijke Vopak N.V. Na een tussenvonnis van 6 februari 2026 is de procedure voortgezet met aanvullende akten van partijen waarin het bedrag werd bevestigd.
De rechtbank oordeelt dat werkgever het netto bedrag van €15.144 aan werknemer moet betalen, met wettelijke rente vanaf veertien dagen na het vonnis. Hoewel werkgever in het ongelijk wordt gesteld, bepaalt de kantonrechter dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen. Dit vanwege het feit dat werknemer in strijd met zijn verplichting als goed werknemer de dubbele bonusbetaling niet aan werkgever heeft gemeld.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waardoor onmiddellijke uitvoering mogelijk is, ook bij hoger beroep. De overige vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: Werkgever moet €15.144 netto met rente betalen, partijen dragen ieder eigen proceskosten.