Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5112

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
11774798 CV EXPL 25-14707
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling netto bonus en proceskostenverdeling tussen werknemer en werkgever

In deze arbeidsrechtelijke zaak vordert werknemer betaling van een netto bonusbedrag van €15.144 van zijn werkgever, Koninklijke Vopak N.V. Na een tussenvonnis op 6 februari 2026 is de procedure voortgezet met aanvullende akten van partijen waarin het bedrag werd bevestigd.

De rechtbank oordeelt dat werkgever het genoemde bedrag aan werknemer moet betalen, met wettelijke rente vanaf veertien dagen na het vonnis. Hoewel werkgever in het ongelijk wordt gesteld, bepaalt de kantonrechter dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen. Dit vanwege het feit dat werknemer in strijd met zijn verplichting als goed werknemer de dubbele bonusbetaling niet aan werkgever heeft gemeld.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waardoor onmiddellijke uitvoering mogelijk is, ook als hoger beroep wordt ingesteld. Andere vorderingen van partijen worden afgewezen.

Uitkomst: Werkgever moet werknemer €15.144 netto betalen met rente; partijen dragen ieder eigen proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11774798 CV EXPL 25-14707
datum uitspraak: 8 mei 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[werknemer](hierna: ‘werknemer’),
woonplaats: [woonplaats] ,
eiser in conventie, verweerder in reconventie,
gemachtigde: mr. A.P.J.M. Verbeek,
tegen
Koninklijke Vopak N.V.(hierna: ‘werkgever’),
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
gemachtigde: mr. A. van Toledo.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het tussenvonnis van 6 februari 2026 en de daarin genoemde stukken;
  • de akte van werkgever van 4 maart 2026, met bijlagen;
  • de akte van werknemer van 1 april 2026.

2.De beoordeling

2.1.
Werkgever is in het tussenvonnis van 6 februari 2026 [1] in de gelegenheid gesteld om in een akte in te gaan op de vraag welk bedrag zij nog aan werknemer moet betalen. In haar akte van 4 maart 2026 geeft werkgever aan dat dit om € 15.144,00 netto gaat en in zijn akte van 1 april 2026 zegt werknemer dat dit juist is. Werkgever wordt daarom veroordeeld om aan werknemer een bedrag van € 15.144,00 netto te betalen, met rente vanaf veertien dagen na het wijzen van dit vonnis.
2.2.
Werkgever moet nog een bedrag aan werknemer betalen en is dus de partij die ongelijk krijgt. Het uitgangspunt is dat werkgever daarom de proceskosten moet betalen. De kantonrechter ziet in de gegeven omstandigheden, waaronder de omstandigheid dat werknemer in strijd met zijn verplichting zich als goed werknemer te gedragen de dubbele bonusbetaling niet bij werkgever heeft gemeld, aanleiding te bepalen dat iedere partij de eigen (proces)kosten draagt, waaronder de incassokosten.
2.3.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat dit vonnis meteen uitgevoerd mag worden, ook als aan een hogere rechter wordt gevraagd om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt werkgever om € 15.144,00 aan werknemer te betalen, met rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek vanaf veertien dagen na het wijzen van dit vonnis tot aan de dag dat dit bedrag volledig is betaald;
3.2.
bepaalt dat partijen ieder de eigen proceskosten, waaronder de incassokosten, betalen;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst wat meer of anders gevorderd is af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken.
686

Voetnoten

1.Rb. Rotterdam 6 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:1314