Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2026 in de zaak tussen
2. [eiser 3],
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Molenlanden
[naam camping]uit Giessenburg (vergunninghouder).
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
De beroepsgrond slaagt niet.
Wat de winteropenstelling van de camping betreft, heeft het college in de ruimtelijke overweging van het wijzigingsbesluit toegelicht dat wordt ingezet op verlenging van het toeristisch seizoen en dat het positief staat tegenover initiatieven die jaarrond overnachten mogelijk maken. Door meer in te zetten op het trekken van vakantiegangers in de weken tussen het hoog- en laagseizoen en daar passend aanbod voor te ontwikkelen, ontvangen ook dagrecreatieve bedrijven en horeca jaarrond meer gasten. Verder vindt de caravanstalling geheel plaats binnen de bestaande bebouwingen. Er bestaat hierdoor geen kans van verrommeling op het erf en het zicht zal niet verder worden beperkt. De rechtbank is gelet op deze motivering van oordeel dat het college voldoende heeft gemotiveerd waarom er in afwijking van de planregels een omgevingsvergunning is verleend voor de winteropenstelling van de camping en de inpandige caravanstalling.
Het college heeft ten aanzien van het bouwvlak op de zitting aan de hand van de plankaart het bouwvlak aangegeven en onweersproken toegelicht dat de twee recreatiewoningen binnen het bouwvlak worden gebouwd. De twee recreatiewoningen (100 m2) worden gebouwd op de plek van de huidige schuur (80 m2) waarbij er nog voldoende ruimte is in het bouwvlak voor de toename in oppervlakte. Van de door eisers gestelde strijdigheid met artikel 15.2.1, onder d, onder 1, van de planregels vanwege het bouwen buiten het bouwvlak, is dan ook geen sprake.
De beroepsgrond slaagt niet.