In deze beschikking van de Rechtbank Rotterdam, gedateerd 8 januari 2026, wordt een zorgregeling vastgesteld voor de minderjarigen in de zaak tussen de man en de vrouw. De rechtbank heeft de procedure gevolgd na een mondelinge behandeling op 11 december 2025, waarbij partijen en hun advocaten aanwezig waren. De man, vertegenwoordigd door mr. M. Soytekin, en de vrouw, vertegenwoordigd door mr. M.C.J.G. Kathmann, hebben overeenstemming bereikt over de zorgregeling, ondanks het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. De rechtbank heeft eerder op 16 mei 2025 de behandeling van de hoofdverblijfplaats aangehouden en verwezen naar de eerdere beschikking. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de man zich kan vinden in het advies van de raad om de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij de vrouw te laten. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minderjarigen in het ene weekend bij de man verblijven en in het andere weekend bij de vrouw, met een verdeling van vakanties en feestdagen. De rechtbank oordeelt dat de overeengekomen zorgregeling in het belang van de minderjarigen is en legt deze vast. De kosten worden gecompenseerd, zodat elke partij zijn eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is een mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na de beschikking.