De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van drie minderjarige kinderen van partijen. Na eerdere aanhouding en advies van de Raad voor de Kinderbescherming vond op 11 december 2025 een mondelinge behandeling plaats waarbij partijen tot overeenstemming kwamen.
De vader had aanvankelijk verzocht om wijziging van de hoofdverblijfplaats, maar trok dit verzoek in tijdens de zitting. De moeder blijft daarmee de hoofdverblijfplaats behouden. De zorgregeling voorziet erin dat de kinderen om het weekend bij de vader verblijven, waarbij in het ene weekend alle drie de kinderen bij hem zijn en in het andere weekend twee van de drie. Vakanties en feestdagen worden gelijk verdeeld.
Beide ouders tonen positieve ontwikkelingen en werken mee aan intensieve hulpverlening. De rechtbank acht de regeling in het belang van de kinderen en legt deze vast. De minderjarigen zijn onder toezicht gesteld van een gecertificeerde instelling vanwege nog aanwezige zorgen. De kosten van de procedure worden door partijen ieder zelf gedragen.