ECLI:NL:RBROT:2026:5339

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
C/10/717388 / JE RK 26-625
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing minderjarige wegens stagnatie ontwikkeling

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzoekt om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2009, die momenteel verblijft bij Divercity. De minderjarige vertoont stagnatie in zijn ontwikkeling, gaat vrijwel niet naar school en heeft een verstoord dag- en nachtritme. Ondanks eerdere hulpverlening is onvoldoende vooruitgang geboekt.

De moeder erkent dat de huidige plek niet passend is en pleit voor een alternatieve passende hulpverlening. De kinderrechter heeft een informant, een jongerencoach, gehoord die bevestigt dat de minderjarige overvraagd wordt bij Divercity en intensievere begeleiding nodig heeft.

De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn vervuld, maar verlengt deze voor een kortere periode van drie maanden in plaats van de door de GI gevraagde acht maanden of tot meerderjarigheid. Er wordt een zitting gepland op 12 augustus 2026 om het verdere verzoek te behandelen, waarbij een briefrapportage wordt verlangd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige worden verlengd tot 16 augustus 2026.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/717388 / JE RK 26-625
Datum uitspraak: 24 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum 1] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 31 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
  • de toetsing van de Raad van 16 april 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 17 april 2026;
  • het gezinsplan van 24 april 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [persoon B] , jongerencoach van Divercity, en hem vervolgens aangemerkt als informant.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [voornaam minderjarige] was aanwezig bij de uitspraak en heeft deze dus zelf gehoord van de kinderrechter.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij Divercity.
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 6 mei 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 16 mei 2026. Ook is bij die beschikking de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 16 mei 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van acht maanden. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van acht maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI wijzigt ter zitting het verzoek in een verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing tot aan zijn meerderjarigheid, te weten tot 20 januari 2027.
3.3.
De GI handhaaft ter zitting het gewijzigde verzoek en licht dit als volgt toe. [voornaam minderjarige] is een jongen die weinig gemotiveerd is om stappen te zetten. [voornaam minderjarige] zit vast in zijn ontwikkeling. Hij gaat vaak niet of te laat naar school. Wanneer hij er wel is, is hij in een goede bui en kan hij meedoen. Er bestond twijfel of Divercity de juiste plek voor hem was. Divercity heeft hem de kans gegeven, maar in maart is duidelijk geworden dat hij daar niet kan blijven. [voornaam minderjarige] mag daar nog tot 2 juni 2026 blijven. Op dit moment wordt gezocht naar een nieuwe passende plek. Wanneer snel een plek wordt gevonden, kan stapsgewijs worden toegewerkt naar plaatsing daar. Daarnaast wordt de komende tijd toegewerkt aan zijn ontwikkeling richting zelfstandigheid en volwassenheid.

4.Het standpunt van de moeder

4.1.
[voornaam minderjarige] zit niet op zijn plek bij Divercity. Er wordt meer van hem verwacht dan hij aankan. Er moet worden gezocht naar een passende plek en passende hulpverlening. [voornaam minderjarige] werkt mee wanneer hij dat wil en krijgt hierin veel ruimte, terwijl sprake is van een gedwongen kader. Dit roept vragen op over de wijze waarop het kader wordt ingezet.

5.De informant

5.1.
[voornaam minderjarige] heeft moeite met dagstructuur, schoolgang en het zelfstandig oppakken van praktische zaken. Bij Divercity wordt gewerkt in fases richting zelfstandig wonen. [voornaam minderjarige] heeft intensievere begeleiding nodig. Bij Divercity wordt meer zelfstandigheid verwacht. Hierdoor wordt hij daar overvraagd. Deze situatie is niet in zijn belang. De coach wenst [voornaam minderjarige] een passende plek toe.

6.De beoordeling

6.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
6.2.
De ontwikkeling van [voornaam minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [voornaam minderjarige] heeft veel meegemaakt in zijn verleden en er zijn grote zorgen over de stagnatie in zijn ontwikkeling. Hij gaat vrijwel niet naar school en heeft geen dagbesteding. [voornaam minderjarige] lijkt weinig motivatie te hebben en is somber. Bovendien heeft hij een verstoord dag- en nachtritme. [voornaam minderjarige] gaf eerder aan door te willen stromen naar zelfstandigheid. Nu hij bij Divercity verblijft, blijkt dat hij hiervoor nog niet de benodigde vaardigheden en motivatie heeft. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de problematiek het vrijwillige kader overstijgt. Er is al verschillende hulpverlening ingezet om [voornaam minderjarige] te motiveren, maar dit is tot op heden niet gelukt. Er moet worden gekeken welke hulpverlening nog kan worden ingezet om dit alsnog te bereiken. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig
6.3.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] [voornaam minderjarige] is eerder uit huis geplaatst, waarna is ingezet op terugplaatsing bij de moeder. Dit is niet gelukt en is inmiddels ook niet meer de wens van beiden. [voornaam minderjarige] verblijft bij Divercity maar dit is geen passende plek voor [voornaam minderjarige] . Het is van belang dat zo spoedig mogelijk een passende plek voor [voornaam minderjarige] wordt gevonden.
6.4.
De kinderrechter ziet aanleiding om de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing voor een kortere duur te verlengen dan verzocht, te weten voor de duur van drie maanden. Het overige verzochte wordt aangehouden. [voornaam minderjarige] is 17 jaar. Er moet nog veel gebeuren voordat hij 18 jaar en “losgelaten” wordt. Er moet alles op alles worden gezet om [voornaam minderjarige] te begeleiden naar volwassenheid, zodat hij een stevige basis heeft voor zijn toekomst als volwassene. Nu de meerderjarigheid nadert en de zorgen groot zijn, moet vinger aan de pols worden gehouden.
6.5.
De GI wordt verzocht
uiterlijk twee weken vóór de hierna vermelde datumeen briefrapportage (met een afschrift daarvan aan de moeder) te overleggen over de op dat moment aanwezige stand van zaken en aan te geven of het verzoek voor het overig verzochte wordt gehandhaafd.
6.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 16 augustus 2026;
7.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 16 augustus 2026;
7.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
7.4.
houdt de behandeling voor het overige verzochte aan en roept de GI en de moeder op te verschijnen tijdens de zitting van mr. M.P.G. Rietbergen
in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam, op 12 augustus 2026 te 11:30,teneinde nader te worden gehoord;
7.5.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
7.6.
gelast de oproeping van [voornaam minderjarige] voor een kindgesprek;
7.7.
verzoekt de GI om uiterlijk twee weken voor de genoemde zittingsdatum de kinderrechter de sub 6.5. verzochte briefrapportage te doen toekomen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 7 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.