7.1.Eiseres woont aan de [adres 2] in [plaats 1] waar zij een veehouderij exploiteert. Haar bedrijf ligt deels direct ten westen (het westelijke perceel) en deels ten noorden (het noordelijke perceel) van de locatie. Eiseres vreest dat de verleende vergunning haar bedrijfsvoering zal belemmeren.
Eiseres stelt zich op het standpunt dat de tiny houses op onvoldoende afstand van haar bedrijf worden geplaatst, mede in het licht van de maximale planologische mogelijkheden op haar perceel. Op het westelijke perceel ligt een bouwvlak dat tot de grens met het perceel van vergunninghouder loopt. Dit zal in de toekomst tot klachten en handhavingsverzoeken gaan leiden met betrekking tot geurhinder. Het college heeft een onjuiste heroverweging in bezwaar gemaakt en de grondslag van de aanvraag ten onrechte gewijzigd, de tiny houses liggen nu dichter bij haar perceel. De bedrijfsbelangen van eiseres zijn onvoldoende meegewogen. Eiseres betwist de tijdelijkheid van de omgevingsvergunning en vreest dat ook een vijfde tiny house zal worden gebouwd. Ten slotte is de omgevingsvergunning in strijd met de Menukaart omdat er inbreuk wordt gemaakt op de zichtlijnen van het open polderlandschap. Op grond van artikel 3.1, onder b, van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ dienen de achterliggende agrarisch bestemde percelen zichtbaar te blijven.
8. Ter zitting is gebleken dat het advies van de bezwaarcommissie een kennelijke verschrijving bevat. Daarin staat onder ‘Juridisch kader’ dat op de locatie sprake zou zijn van de bestemming ‘Wonen’. Uit de gehele context van het advies (en de rest van het dossier) blijkt evenwel dat op de locatie de bestemming ‘Agrarisch’ heeft. De voorzieningenrechter verbindt dan ook geen gevolgen aan deze kennelijke verschrijving.
9. De rechtbank is van oordeel dat het college geen onjuiste heroverweging in bezwaar heeft gemaakt en dat geen sprake is van het verlaten van de grondslag van de aanvraag. Het college heeft in het verweerschrift en ter zitting genoegzaam toegelicht dat tiny house [huisnummer A] abusievelijk verkeerd in het systeem staat. Ook wijken de afstanden per ongeluk af van de IPLO-site. De situatietekening bij de aanvraag is echter leidend. De voorzieningenrechter volgt het college in het standpunt dat uitgegaan moet worden van de situatietekening bij de aanvraag, die tekening maakt immers deel uit van de omgevingsvergunning. Indien daar bij de bouw van afgeweken wordt, kan daar in beginsel handhavend tegen worden op getreden.
Afstand en maximale planologische mogelijkheden
10. Het tiny house met huisnummer [huisnummer A] ligt het dichtst bij het westelijke perceel van eiseres. Niet in geschil is dat de afstand van de gevel van het dichtstbijzijnde dierenverblijf van eiseres tot tiny house [huisnummer A] circa 99 meter bedraagt, waarmee is voldaan aan de minimale afstand van 25 meter uit artikel 2, tweede lid, van de Geurverordening en van 30 meter uit de Menukaart. Bij de boordeling of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet niet alleen rekening gehouden worden met de bestaande situatie, maar ook met de maximale planologische mogelijkheden. De afstand van de uiterste rand van het bouwvlak van eiseres op het westelijke perceel tot de gevel van tiny house [huisnummer A] bedraagt circa 24,5 meter. Voor de andere drie tiny houses geldt dat deze zowel ten opzichte van het dichtstbijzijnde dierenverblijf als de uiterste rand van het bouwvlak op het westelijke perceel van eiseres op een afstand van minimaal 30 meter liggen en daarmee voldoen aan de minimale afstand van zowel artikel 2, tweede lid, van de Geurverordening als die uit de Menukaart. De voorzieningenrechter volgt eiseres niet in haar stelling dat bij het bepalen van deze afstand gemeten zou moeten worden van het bouwvlak van eiseres tot de tuinen van de tiny houses, nu in de Geurverordening en in de menukaart uitgegaan wordt van de afstand tot het geurgevoelige object, dat wil zeggen de gevels van de tiny houses.
Zo bezien wordt eiseres evenwel beperkt in de maximale planologische mogelijkheden op haar perceel, de minimale afstand uit artikel 2, tweede lid, van de Geurverordening wordt immers met 0,5 meter overschreden, gezien de ligging van tiny house [huisnummer A] .
Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) dient echter uitgegaan te worden van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden.
Op grond van artikel 4.2.1, onder d, van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ geldt dat bedrijfsgebouwen binnen een agrarisch bouwvlak een onderlinge afstand van minstens 2 tot 20 meter dienen te hebben. Dat betekent dat nieuwe bedrijfsbebouwing op het perceel van eiseres planologisch gezien in samenhang met de bestaande bebouwing moet worden gerealiseerd en niet willekeurige binnen het bouwvlak kan worden geplaatst. Voorts loopt de grens van het bouwvlak van eiseres en het perceel van vergunninghouder door een sloot. Hieruit volgt dat het volledig benutten van het bouwvlak van eiseres een zuiver theoretische mogelijkheid is. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college gelet hierop voldoende rekening gehouden met een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden op het perceel van eiseres. Ook heeft het college zich bij de beoordeling op het standpunt mogen stellen dat de Geurverordening leidend is en niet de afstanden uit handreiking Bedrijven en Milieuzonering (2009) van de Vereniging Nederlandse Gemeenten, zoals eiseres betoogt.
Tijdelijke karakter en aantal
11. De omgevingsvergunning ziet op de bouw van vier kleine tijdelijke woningen en het daarbij afwijken van het omgevingsplan voor de duur van tien jaar. Gelet hierop valt wat eiseres aanvoert ter betwisting van het tijdelijke karakter van de omgevingsvergunning en met betrekking tot de mogelijke bouw van een vijfde tiny house buiten het bestek van deze procedure.
12. Het college verwijst met betrekking tot de zichtlijnen naar de Menukaart die richtlijnen bevat voor de bouw van tiny houses. De Menukaart geeft ruimte voor afwijking en een plan hoeft dus niet volledig aan elke richtlijn te voldoen.
Uit de ‘Ruimtelijke onderbouwing’ bij de aanvraag volgt dat de tiny houses één bouwlaag en een gebruiksoppervlakte van 60 m² bevatten. De tiny houses worden voor de duur van tien jaar aan de oostzijde van de locatie geplaatst, haaks op de [naam locatie] . Door deze haakse ligging blijven de zichtlijnen (voldoende) behouden. Twee tiny houses worden aan de voorzijde van de locatie geplaatst en twee aan de achterzijde. Het westelijke tiny house aan de voorzijde wordt op grotere afstand van de ontsluitingsweg geplaatst, waardoor meer ruimte tussen de bebouwing en de weg ontstaat. Binnen het projectgebied worden vier parkeerplaatsen en een ontsluitingsweg aangelegd, met een beukenhaag rondom de parkeerplaatsen. Het overige deel van het projectgebied blijft behouden als weiland.
Gelet op het kleinschalige, tijdelijke karakter van het plan, de inpassing in het landschap en de parkeeroplossing op eigen terrein voldoet het plan volgens het college aan de richtlijnen
die in de Menukaart zijn vastgelegd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college voldoende gemotiveerd dat het de uitgangspunten van de Menukaart niet heeft verlaten. Hieruit is naar het oordeel van de voorzieningenrechter af te leiden dat voldoende rekening is gehouden met het behoud van het karakter van het open polderlandschap en de zichtlijnen.
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
13. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor het college zijn daarbij onder meer de volgende omstandigheden relevant. Het project heeft een beperkte schaal. De omgevingsvergunning geldt voor de duur van tien jaar en het plan is dus van tijdelijke aard. De landschappelijke inpassing is volgens het college in overeenstemming met de Menukaart en het plan voorziet in de mogelijkheid op eigen terrein te parkeren. Verder heeft het college naar het oordeel van de voorzieningenrechter een zwaar gewicht kunnen toekennen aan het belang van woningbouw, gezien de huidige woningmarkt. De voorzieningenrechter vindt dat het college voldoende heeft onderkend dat eiseres een agrarisch bedrijf exploiteert door rekening te houden met de afstand tot het dichtstbijzijnde dierenverblijf en de representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden. Dat bewoners van de tiny houses mogelijk hinder zullen ervaren van eiseres en vervolgens klachten gaan indienen, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende onderbouwd. Het maakt hoe dan ook niet dat geen sprake zou zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Gezien de afstanden die in acht worden genomen bij de bouw van de tiny houses, acht de voorzieningenrechter de angst voor gegronde klachten van bewoners van de tiny houses ongegrond. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat het college de omgevingsvergunning terecht heeft verleend.