ECLI:NL:RVS:2022:166
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan wijziging bedrijfswoning naar plattelandswoning te Boxtel
De raad van de gemeente Boxtel stelde op 16 juni 2020 een bestemmingsplan vast waarbij de bestemming van een woning op locatie A werd gewijzigd van bedrijfswoning naar plattelandswoning. Deze woning was voorheen onderdeel van een agrarisch bedrijf op locatie B, waar appellant een melkveehouderij exploiteert. Appellant verzette zich tegen het plan omdat hij vreest dat de nieuwe bestemming belemmeringen oplevert voor zijn bedrijfsvoering en uitbreidingsmogelijkheden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de raad onvoldoende aandacht heeft besteed aan het woon- en leefklimaat bij de woning, met name ten aanzien van geluidsoverlast en endotoxine-emissies vanuit nabijgelegen veehouderijen. De raad had ook de maximale planologische mogelijkheden moeten betrekken bij de beoordeling, zoals mogelijke uitbreidingen van de veehouderij en cumulatieve effecten van meerdere bedrijven.
Verder werd het betoog van appellant dat de nieuwe bestemming de waarde van de woning verhoogt en daarmee toekomstige bedrijfsvoering belemmert, niet gevolgd. Ook het argument dat de woning als een soort appartementencomplex kan worden gebruikt, werd verworpen omdat de planregels dit niet toestaan.
De Afdeling concludeerde dat het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in strijd is met de zorgvuldigheidseisen van de Algemene wet bestuursrecht en vernietigde het besluit. De raad werd opgedragen binnen 26 weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldige beoordeling van het woon- en leefklimaat en de maximale planologische mogelijkheden.