De Gemeente Nissewaard vorderde in kort geding dat [gedaagde] beide schoolgebouwen zou ontruimen om plaats te maken voor nieuwbouw. Volgens de Gemeente was overeengekomen dat [gedaagde] beide gebouwen zou verlaten, maar [gedaagde] stelde dat de afspraak slechts betrekking had op één schoolgebouw en dat ontruiming van het tweede gebouw zou leiden tot een tekort aan onderwijshuisvesting voor ruim 200 leerlingen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Gemeente onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij belang had bij ontruiming van het eerste schoolgebouw, zodat die vordering werd afgewezen. Ten aanzien van het tweede schoolgebouw was er wel een intentie tot ontruiming, maar de belangenafweging leidde tot afwijzing van de vordering omdat het belang van de leerlingen aan voldoende huisvesting zwaarder woog dan het financiële belang van de Gemeente.
De rechtbank wees ook het verweer van niet-ontvankelijkheid af en oordeelde dat de zaak geschikt was voor kort geding. De Gemeente werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt dat partijen zich moeten inspannen om tot een oplossing te komen en te voldoen aan hun wettelijke verplichtingen voor onderwijshuisvesting.