Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 24 december 2025, met bijlagen;
- het antwoord;
- de repliek, met bijlage.
Rechtbank Rotterdam
De huurder huurt sinds augustus 2022 een woning van Maasdelta en had bij dagvaarding een huurachterstand van ruim €3.000. Na betaling van het merendeel van de achterstand bleef een bedrag van €722,84 openstaan over de maand februari 2026. Maasdelta vorderde aanvankelijk ontbinding en ontruiming, maar trok deze vorderingen in na gedeeltelijke betaling.
De kantonrechter oordeelde dat de huurder de resterende huurachterstand moet voldoen. De vordering tot incassokosten en wettelijke rente werd afgewezen omdat de boetebepaling in de algemene voorwaarden van Maasdelta oneerlijk is. Deze boetebepaling legde een boete op bij niet-naleving van verplichtingen, waaronder tijdige huurbetaling, wat in strijd is met consumentenbescherming.
Proceskosten werden deels aan de huurder opgelegd omdat zij voor het grootste deel in het ongelijk werd gesteld. De kantonrechter wees erop dat Maasdelta de procedure had kunnen voorkomen door deze in te trekken na ontvangst van betalingen vóór de eerste rolzitting. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van resterende huurachterstand van €722,84, incassokosten en rente worden afgewezen wegens oneerlijke boetebepaling, en proceskosten deels aan huurder opgelegd.