ECLI:NL:RBROT:2026:5614

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
12048465 CV EXPL 26-1042
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 BWArt. 15.1 algemene voorwaardenArt. 16 algemene voorwaardenArt. 233 RvArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling huurachterstand en vernietiging oneerlijke boetebepaling in huurovereenkomst

De huurder huurt sinds augustus 2022 een woning van Maasdelta en had bij dagvaarding een huurachterstand van ruim €3.000. Na betaling van het merendeel van de achterstand bleef een bedrag van €722,84 openstaan over de maand februari 2026. Maasdelta vorderde aanvankelijk ontbinding en ontruiming, maar trok deze vorderingen in na gedeeltelijke betaling.

De kantonrechter oordeelde dat de huurder de resterende huurachterstand moet voldoen. De vordering tot incassokosten en wettelijke rente werd afgewezen omdat de boetebepaling in de algemene voorwaarden van Maasdelta oneerlijk is. Deze boetebepaling legde een boete op bij niet-naleving van verplichtingen, waaronder tijdige huurbetaling, wat in strijd is met consumentenbescherming.

Proceskosten werden deels aan de huurder opgelegd omdat zij voor het grootste deel in het ongelijk werd gesteld. De kantonrechter wees erop dat Maasdelta de procedure had kunnen voorkomen door deze in te trekken na ontvangst van betalingen vóór de eerste rolzitting. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd.

Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van resterende huurachterstand van €722,84, incassokosten en rente worden afgewezen wegens oneerlijke boetebepaling, en proceskosten deels aan huurder opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12048465 CV EXPL 26-1042
datum uitspraak: 8 mei 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Maasdelta Groep,
vestigingsplaats: Spijkenisse,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Maasdelta’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 24 december 2025, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de repliek, met bijlage.
1.2.
Aan [gedaagde] is daarna gevraagd om uiterlijk op 11 maart 2026 te reageren op de repliek van Maasdelta. Haar reactie is pas op 16 maart 2026 ontvangen. Omdat dit te laat is, zal de kantonrechter haar reactie niet meenemen in de beoordeling van het dossier.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurt sinds 10 augustus 2022 een woning van Maasdelta. De huur is nu € 861,42 per maand. Op het moment van dagvaarden was er een huurachterstand van € 3.053,82 tot en met de maand december 2025. Maasdelta eist dat [gedaagde] die huurachterstand betaalt, de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt en dat [gedaagde] de woning moet verlaten.
2.2.
[gedaagde] heeft in haar antwoord uitgelegd dat de achterstand is ontstaan door privéomstandigheden. Zij dacht dat de maandelijkse huur automatisch werd afgeschreven. [gedaagde] zegt dat zij tussen het uitbrengen van de dagvaarding en het antwoord de achterstand op € 600,00 na heeft betaald aan Maasdelta.
2.3.
Maasdelta heeft in haar repliek bevestigd dat [gedaagde] de huurachterstand grotendeels heeft betaald en zegt dat alleen de huur van de maand februari 2026 deels niet is betaald. Maasdelta vordert dan ook geen ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning meer, maar alleen nog betaling van de huurachterstand (€ 722,84).
2.4.
[gedaagde] moet van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand betalen. De buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente worden afgewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet een huurachterstand van € 722,84 betalen
2.5.
[gedaagde] wordt veroordeeld om € 722,84 aan Maasdelta te betalen. Maasdelta heeft voldoende uitgelegd dat de huur van de maand februari 2026 op 11 februari 2026 nog niet volledig is betaald. [gedaagde] heeft dit niet meer tegengesproken.
[gedaagde] hoeft geen incassokosten en rente te betalen
2.6.
De kantonrechter wijst de incassokosten en de rente af. In artikel 16 van Pro de algemene voorwaarden van Maasdelta staat hierover namelijk een oneerlijke bepaling. Omdat die bepaling oneerlijk is, mag Maasdelta daar geen beroep op doen en kan zij, in tegenstelling tot wat is opgenomen in artikel 15.1 van de algemene voorwaarden, ook geen aanspraak maken op de incassokosten en rente uit de wet. [1] De bepaling is oneerlijk, omdat daarin staat dat [gedaagde] een boete moet betalen als zij niet aan de verplichtingen uit de algemene voorwaarden voldoet. Daaronder valt ook het op tijd betalen van de huur (artikel 7.1 van de algemene voorwaarden). Op grond van de wet zou [gedaagde] als zij te laat betaalt alleen de wettelijke rente en incassokosten moeten betalen. Maasdelta wijkt met de boete dus in het nadeel van een consument af van de wet door daarnaast een boete op te leggen. Dat maakt deze bepaling hier oneerlijk.
Verder geen oneerlijke bepalingen
2.7.
De kantonrechter heeft onderzocht of er nog andere oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak nog van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant (meer) zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.8.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Maasdelta moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 253,00 aan salaris voor de gemachtigde (1 punt) en € 126,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 524,95. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
2.9.
De kantonrechter is van oordeel dat Maasdelta na het ontvangen van de betalingen van [gedaagde] op 5 januari 2026 (€ 3.053,82) en 12 januari 2026 (€ 500,00) ervoor had kunnen kiezen om de procedure in te trekken, omdat de volledige huurachterstand is betaald voor de eerste rolzitting. Daarmee kon Maasdelta voorkomen dat zij griffierecht moet betalen. Ook had zij dan geen repliek hoeven nemen. De kantonrechter vindt dan ook dat deze kosten voor rekening van Maasdelta moeten blijven.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Maasdelta dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Maasdelta te betalen € 722,84;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Maasdelta worden begroot op € 524,95;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I.W.M. Laurijssens en in het openbaar uitgesproken.
64363

Voetnoten

1.Hof van Justitie van de Europese Unie 27 januari 2021 (Dexia)