Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 30 april 2025, met bijlagen;
- het antwoord;
- de akte van [eiseres] van 12 februari 2026, met bijlagen;
- de akte van [eiseres] van 30 maart 2026, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiseres betaling van achterstallige energievoorschotten van gedaagde tot en met maart 2026, een bedrag van €1.327,30. Gedaagde betwist de hoogte van de vordering en stelt dat hij meer heeft betaald dan aangegeven, en dat de verwarming gebreken vertoont die leiden tot onredelijk hoge stookkosten. De kantonrechter oordeelt dat eiseres voldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een betalingsachterstand en dat gedaagde zijn stelling onvoldoende heeft onderbouwd door het ontbreken van betalingsbewijzen.
Het beroep van gedaagde op opschorting van betaling wegens gebreken aan de woning wordt verworpen omdat hij geen klacht of ingebrekestelling aan eiseres heeft gedaan, waardoor eiseres niet in verzuim is geraakt. Ook lopende procedures bij de Huurcommissie over huurprijs of onderhoud ontslaan gedaagde niet van zijn betalingsverplichting voor de energievoorschotten.
Gedaagde maakt aanspraak op terugbetaling van de waarborgsom, maar hierover wordt in deze procedure niet beslist omdat hij geen tegenvordering heeft ingesteld en de verschuldigdheid nog niet vaststaat. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd, maar het griffierecht wordt beperkt omdat eiseres een te hoge vordering heeft ingesteld met onredelijke bepalingen in de huurvoorwaarden.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat eiseres direct kan overgaan tot uitvoering. De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van de achterstallige voorschotten en proceskosten en wijst het overige af.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.327,30 aan achterstallige energievoorschotten en proceskosten van €498,64.