ECLI:NL:RBROT:2026:5796
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wegens onrechtmatig opvragen bankafschriften
Verzoekster ontvangt sinds 2018 een bijstandsuitkering en het college startte in 2025 een rechtmatigheidsonderzoek vanwege onduidelijkheid over haar woon- en leefsituatie. Het college vroeg bankafschriften op over een periode van 15 maanden, wat verzoekster betwistte als disproportioneel en onrechtmatig. Na het niet verstrekken van de gevraagde gegevens schortte het college de uitkering op en trok deze later in.
Verzoekster vroeg een voorlopige voorziening om de intrekking te schorsen, stellende dat zij door het wegvallen van de uitkering haar huur en andere kosten niet kan betalen, wat een spoedeisend belang oplevert. De voorzieningenrechter oordeelde dat het opvragen van bankafschriften over zo'n lange periode niet proportioneel was en dat het college onvoldoende concrete feiten had om dit te rechtvaardigen.
De belangenafweging leidde tot toewijzing van de voorlopige voorziening, waarbij de intrekking werd geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van verzoekster. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en schorst de intrekking van de bijstandsuitkering wegens disproportioneel opvragen van bankafschriften over 15 maanden.