Eisers hebben beroep ingesteld tegen een last onder dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan hen heeft opgelegd wegens het zonder omgevingsvergunning realiseren van een aanbouw, dakterras en dakopbouw aan een pand. De rechtbank beoordeelt dat de bouwwerken niet vergunningsvrij zijn onder het overgangsrecht van de Omgevingswet en dat het college terecht handhavend optreedt.
De rechtbank stelt vast dat de aanbouw, het dakterras en de dakopbouw tussen 2021 en 2022 zijn gebouwd en niet voldoen aan de vergunningsvrijstellingscriteria uit het Besluit omgevingsrecht en het omgevingsplan. Eisers betoogden dat sprake zou zijn van een vergunning van rechtswege onder de oude Wabo, maar dit wordt verworpen vanwege het overgangsrecht en de feitelijke situatie.
Verder oordeelt de rechtbank dat het college voldoende heeft gemotiveerd waarom er geen concreet zicht op legalisatie is, onder meer vanwege stedenbouwkundige bezwaren en het ontbreken van ruimte voor waterinfiltratie. Eisers stelden dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden, maar de rechtbank vindt dat de situaties niet vergelijkbaar zijn. Ook is de last onder dwangsom voldoende duidelijk en concreet geformuleerd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft en eisers geen proceskostenvergoeding ontvangen.