De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2024, die sinds juli 2024 in een pleeggezin waren geplaatst vanwege emotionele overbelasting van de moeder. De kinderen zijn recent onverwacht teruggeplaatst bij de moeder, wat een zware periode voor haar veroorzaakte. De moeder is in behandeling bij de GGZ en wordt ondersteund door haar netwerk, waaronder haar ex-partner die positief is gescreend.
De kinderrechter constateert dat ondanks de terugplaatsing ernstige zorgen blijven bestaan over de situatie van de kinderen en de draagkracht van de moeder. De ondertoezichtstelling is noodzakelijk om de jeugdbeschermer in staat te stellen de hulpverlening te coördineren en in te grijpen indien nodig. De hulpverlening wordt uitgebreid met een SPAM-traject en voortzetting van de GGZ-behandeling.
De kinderrechter besluit daarom de ondertoezichtstelling te verlengen tot 4 april 2027 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De moeder verzet zich tegen de verlenging, maar de rechter acht de maatregel in het belang van de kinderen en de continuïteit van de hulpverlening onontbeerlijk.