Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5817

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
C/10/715328 / JE RK 26-354
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige met ASS wegens ernstige ontwikkelingszorgen

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2009. De minderjarige is gediagnosticeerd met autisme spectrum stoornis (ASS) en vertoont kenmerken daarvan, maar weigert mee te werken aan behandeling. Hierdoor kan hij niet naar school of dagbesteding, wat zijn ontwikkeling bedreigt.

De moeder, belast met het ouderlijk gezag, woont met de minderjarige samen en staat open voor hulpverlening, maar slaagt er niet in hem te motiveren tot medewerking. De vader is niet verschenen bij de zitting en het contact tussen hem en de minderjarige is al jaren verbroken. De doelen van de ondertoezichtstelling zijn nog niet bereikt, onder meer door de weigering van de minderjarige om mee te werken.

De kinderrechter oordeelt dat de ernstige zorgen over de schoolgang, ontwikkeling en het contact met de vader blijven bestaan. De moeder kan onvoldoende grip krijgen en de betrokkenheid van de jeugdbeschermer blijft noodzakelijk. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd voor een jaar tot 10 april 2027, met de mogelijkheid tot inzet van een BOBA-coach en eventueel nieuw onderzoek en systemische hulpverlening.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 10 april 2027 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/715328 / JE RK 26-354
Datum uitspraak: 31 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging van een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam vader],
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 12 februari 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 20 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI, te weten [naam] .
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft een brief gestuurd. De aanwezigen hebben hierop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij zijn moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 april 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 10 april 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Ter zitting heeft de GI het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. De zorgen om [minderjarige] zijn nog altijd groot. In 2023 is [minderjarige] gediagnosticeerd met het autisme spectrum stoornis (hierna ASS). [minderjarige] ontkent dat hij ASS heeft en wil daarom niet mee werken aan behandeling. Zolang hij niet behandeld is voor zijn ASS-problematiek, kan hij niet terug naar school of naar een dagbesteding. [minderjarige] gaat inmiddels al twee jaar niet naar school en ziet al drie jaar zijn vader niet. De doelen van de ondertoezichtstelling zijn de afgelopen periode niet behaald. Zo is het niet gelukt om [minderjarige] te motiveren om naar school of een dagbesteding te gaan om te voorkomen dat hij stagneert in zijn ontwikkeling en is er tevergeefs geprobeerd te werken aan het contactherstel tussen [minderjarige] en de vader. Omdat [minderjarige] niet meewerkt is er een schriftelijke aanwijzing aan hem gegeven, maar dit heeft nog niet geleid tot een verandering bij [minderjarige] . De moeder is meewerkend en doet haar best, maar het lukt haar niet om grip te krijgen op [minderjarige] . De komende periode wil de GI benutten om alsnog hulpverlening van de grond te krijgen, door een BOBA-coach in te zetten voor [minderjarige] . [minderjarige] is hiervoor aangemeld. Verder zal de GI de komende periode bezien of een nieuw persoonlijkheidsonderzoek nodig is en bezien of het nodig is om systemische hulpverlening of opvoedondersteuning in te zetten.

4.Het standpunt van de moeder

4.1.
De moeder heeft zich ter zitting niet verzet tegen toewijzing van het verzoek van de GI. Het lukt de moeder niet om [minderjarige] ertoe te bewegen om mee te werken aan de noodzakelijke hulpverlening. Als de moeder een gesprek wil beginnen met [minderjarige] over werk of school, dan raakt hij boos en geïrriteerd. De moeder staat open voor hulpverlening.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Er bestaan nog altijd ernstige zorgen over [minderjarige] . De zorgen zijn gelegen in de schoolgang van [minderjarige] en zijn algehele ontwikkeling. [minderjarige] gaat inmiddels al twee jaar niet naar school, omdat hij werd gepest en hij zich onveilig voelde. [minderjarige] heeft geen dagbesteding. Er is bij [minderjarige] in 2023 ASS geconstateerd. Ook heeft hij een lage intelligentie. [minderjarige] herkent de gestelde diagnose van ASS niet, maar hij laat duidelijke kenmerken daarvan zien zoals moeite hebben met situaties, snel overprikkeld raken, weinig flexibiliteit tonen en het mijden van gesprekken. Het lukt de moeder niet om grip te krijgen op [minderjarige] . [minderjarige] is zelfbepalend in zijn gedrag en er is weinig zicht op [minderjarige] als zijn moeder aan het werk is. Tot slot zijn er zorgen over de relatie tussen [minderjarige] en de vader, omdat hij al een lange periode geen contact heeft gehad met zijn vader, behalve rondom het overlijden van opa vaderszijde.
5.3.
De afgelopen periode is [minderjarige] aangemeld bij verschillende organisaties om te worden behandeld voor zijn ASS-problematiek, maar hij weigert hieraan mee te werken. Zolang [minderjarige] niet openstaat voor deze behandeling, kan hij niet naar school of een dagbesteding. Gezien zijn problematiek heeft hij voor zijn ontwikkeling extra behoefte aan structuur, begeleiding en toezicht. De moeder is onvoldoende in staat om hem te bieden wat hij nodig heeft, ook al doet zij haar best en wil zij wel meewerken aan hulpverlening. Het contact tussen de vader en [minderjarige] is tot nu toe nog niet hersteld, waardoor ook hij [minderjarige] niet kan ondersteunen.
5.4.
De ouders zijn niet zelfstandig in staat om de ernstig bedreigde ontwikkeling van [minderjarige] af te wenden. De betrokkenheid van de jeugdbeschermer is daarom nog steeds nodig. De komende periode is het belangrijk dat [minderjarige] wordt behandeld voor zijn ASS-problematiek en dat er een nieuw persoonlijkheidsonderzoek wordt afgenomen bij [minderjarige] , als dat van toegevoegde waarde is. Daarnaast is het belangrijk dat er wordt bezien of alsnog contactherstel tussen [minderjarige] en de vader mogelijk is en er systemische hulp kan worden ingezet in de thuissituatie, zodat op deze manier [minderjarige] ertoe wordt bewogen mee te werken aan de hulpverlening die nodig is.
5.5.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar, te weten tot 10 april 2027.
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 10 april 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026 door mr. G.M. Paling, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. K.F.G. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 16 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.