Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 24 februari 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de briefrapportage van de GI van 10 maart 2026, ontvangen op 11 maart 2026.
10-021908-26. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de vader;
- de officier van justitie;
[vertegenwoordiger 2] ;
2.De feiten
3.Het (aangehouden) verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
[minderjarige] laat zelfbepalend gedrag en veelvuldig schoolverzuim zien. Door zijn beïnvloedbaarheid is [minderjarige] mogelijk in opdracht van anderen betrokken bij het plegen van strafbare feiten. Daar komt bij dat [minderjarige] door een jongen, die hij eerder als zijn beste vriend zag, wordt afgeperst.
6.De beslissing
mr. G.M. Paling, kinderrechter, in aanwezigheid van D. van der Aa als griffier, en op schrift gesteld op 21 mei 2026.
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.