Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de dagvaarding van 23 oktober 2024, met bijlagen 1 tot en met 3;
- de bijlagen 1 en 2 van de man;
- de mondelinge behandeling op 27 november 2024;
- de aanhouding van de zaak in afwachting van een arrest van het Gerechtshof Den Haag;
- de bijlage 4 van de vrouw;
- de aanhouding van de zaak in afwachting van een door partijen op te stellen convenant;
- de brief van 2 april 2026 van de vrouw, met bijlage 5, ook inhoudende een wijziging van haar vorderingen;
- de brief van 9 april 2026 van de man, inhoudende een reactie op de wijziging van de vorderingen en een verzoek om een voortzetting van de mondelinge behandeling;
- de brief van 7 mei 2026 van de vrouw, met bijlagen 6 tot en met 8;
- de bijlage 3 van de man;
- de voortzetting van de mondelinge behandeling op 15 mei 2026.
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
3349 / 106