ECLI:NL:RBROT:2026:6026
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing inzageverzoek naam medewerker sollicitatie op grond van AVG
Eiser heeft op grond van artikel 15 van Pro de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) verzocht om inzage in de naam van de medewerker die zijn sollicitaties heeft afgewezen. De minister van Financiën heeft dit verzoek afgewezen met het argument dat deze naam geen persoonsgegeven betreft dat op eiser betrekking heeft en daarom niet onder het inzagerecht valt.
De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van eiser tegen deze afwijzing behandeld. Eiser stelde dat het begrip 'persoonsgegevens' ruim moet worden uitgelegd en verwees naar een arrest van het Europese Hof van Justitie. De rechtbank oordeelde echter dat artikel 15 AVG Pro alleen recht geeft op inzage in persoonsgegevens die op de betrokkene zelf betrekking hebben en niet op die van derden.
Verder stelde eiser dat de minister onzorgvuldig handelde door niet de naam van de besluitnemer te vermelden, maar de rechtbank constateerde dat deze informatie wel degelijk in het primaire besluit en het bestreden besluit was opgenomen. Het verzoek om een getuige te horen werd afgewezen omdat dit niet zou bijdragen aan de oordeelsvorming.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het inzageverzoek wordt afgewezen.