ECLI:NL:RBROT:2026:605

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
10-279205-24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het veroorzaken van een verkeersongeval met lichamelijk letsel

Op 21 januari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die op 3 april 2024 in Rotterdam een verkeersongeval heeft veroorzaakt. De verdachte reed met een snelheid van 87 km/u waar 50 km/u was toegestaan en negeerde een rood verkeerslicht. Hierdoor botste hij tegen een andere auto, bestuurd door het slachtoffer, die als gevolg van de aanrijding lichamelijk letsel opliep. De rechtbank oordeelde dat de verdachte door zijn onvoorzichtige en onoplettende rijgedrag schuld had aan het ongeval. De officier van justitie had een taakstraf van 180 uur geëist, alsook een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor negen maanden. De verdediging pleitte voor vrijspraak, maar de rechtbank wees dit verzoek af. De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor negen maanden, met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank baseerde haar oordeel op de bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van het slachtoffer en analyses van verkeersdata.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-279205-24
Datum uitspraak: 21 januari 2026
Datum zitting: 7 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats]
[adres], [postcode] [plaatsnaam].
Advocaat van de verdachte: mr. L.L. Maassen
Officier van justitie: mr. J. Spaans
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor het door zijn schuld veroorzaken van een verkeersongeval doordat hij te hard (87 km/u waar 50 km/u mag) en door een rood verkeerslicht is gereden. De rechtbank acht ook bewezen dat [slachtoffer], hierna ook wel: het slachtoffer, als gevolg van het ongeval zodanig lichamelijk letsel heeft opgelopen dat daardoor tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van zijn normale bezigheden is ontstaan. De verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – door zijn schuld een verkeersongeval heeft veroorzaakt waardoor het slachtoffer lichamelijk letsel heeft opgelopen, dan wel dat hij gevaarlijk rijgedrag heeft vertoond.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat de verdachte
op of omstreeks 3 april 2024 te Rotterdam als bestuurder van een motorrijtuig
(personenauto), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten
verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door met dat motorrijtuig roekeloos, in elk
geval zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of
onachtzaam en/of met verwaarlozing van de te dezen geboden zorgvuldigheid te
rijden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de kruising gelegen op de
Horvathweg en/of de Spaanseweg, welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,
- met een snelheid van ongeveer 87 km/u, althans een hogere snelheid dan ter
plaatse was toegestaan, heeft gereden en/of is blijven rijden in de richting van die
voornoemde kruising en/of
- ( aldus rijdende) zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in
staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de
afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en waarover deze vrij was
en/of
- bij nadering van die meergenoemde kruising zijn aandacht niet voortdurend op de
weg en/of het verkeer vóór hem heeft gehad en/of
- ( daardoor) niet heeft opgemerkt dat het verkeerslicht bestemd voor zijn rijrichting
(inmiddels) 3 minuten en 20,5 seconden rood licht uitstraalde en/of
- ( vervolgens) de kruising is opgereden en/of niet (tijdig) heeft opgemerkt dat een
personenauto die kruising inmiddels was opgereden en/of
- de bestuurder van die personenauto niet heeft laten voorgaan en/of
- ( vervolgens) met een nog altijd te hoge snelheid, tegen die personenauto is
aangebotst,
waardoor de bestuurder van die personenauto, genaamd [slachtoffer] zodanig
lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de
uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair
op of omstreeks 3 april 2024 te Rotterdam, als bestuurder van een motorrijtuig
(personenauto), daarmee rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande
wegen, de kruising gelegen op de Horvathweg en/of de Spaanseweg, zich zodanig
heeft gedragen dat gevaar op die weg/wegen werd veroorzaakt, althans kon worden
veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg/wegen werd gehinderd, althans kon
worden gehinderd, welk gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,
- met een snelheid van ongeveer 87 km/u, althans een hogere snelheid dan ter
plaatse was toegestaan, heeft gereden en/of is blijven rijden in de richting van die
voornoemde kruising en/of
- ( aldus rijdende) zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in
staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of
- bij nadering van die meergenoemde kruising zijn aandacht niet voortdurend op de
weg en/of het verkeer vóór hem heeft gehad en/of
- ( daardoor) niet heeft opgemerkt dat het verkeerslicht bestemd voor zijn rijrichting
(inmiddels) 3 minuten en 20,5 seconden rood licht uitstraalde en/of
- ( vervolgens) de kruising is opgereden en/of niet (tijdig) heeft opgemerkt dat een
personenauto die kruising inmiddels was opgereden en/of
- de bestuurder van die personenauto niet heeft laten voorgaan en/of
- ( vervolgens) met een nog altijd te hoge snelheid, tegen die personenauto is
aangebotst.

2.Vrijspraak / bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het primair ten laste gelegde.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het primair ten laste gelegde omdat er geen sprake is van schuld en er geen sprake is van letsel waaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft het subsidiair ten laste gelegde.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte door zijn schuld een verkeersongeval heeft veroorzaakt met als gevolg zodanig lichamelijk letsel van het slachtoffer dat daardoor tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van zijn normale bezigheden is ontstaan. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Verklaring van de verdachte [2] Op 3 april 2024 om een uur of vijf in de nacht reed ik met mijn personenauto, kenteken [kenteken 1], op de Horvathweg in Rotterdam. Ik ben de kruising met de Spaanseweg opgereden en heb op die kruising de personenauto, kenteken [kenteken 2], aangereden.
2.
Deskundigenverslag (FARR-verklaring) [3] Aanvullende letselverklaring betreffende berichtgeving van fysiotherapeut.
Uit verkregen dossiervoering blijken persisterende pijnklachten en verhoogde spierspanning van nek en borstkasregio.
3.
Proces-verbaal van de politie [4]
Locatie ongeval
Datum : 3 april 2024
Omstreeks : 05:17 uur
Adres : Horvathweg
Postcode plaats : 3011 Rotterdam
op de kruising met
Adres : Spaanseweg
Bebouwde kom : binnen
Maximum snelheid : 50 km per uur.
Vermoedelijke toedracht1 : Volkswagen Golf vvk [kenteken 1] bestuurd door [verdachte]
2 : Toyota Yaris vvk [kenteken 2] bestuurd door [slachtoffer]
1 reed op de Horvathweg, komende uit de richting Beukelsbrug en reed bij rood licht
het kruispunt op. 2 reed op de Spaanseweg komende vanuit de Tjalklaan richting Vreelust en reed bij groen licht het kruispunt op. Beide voertuigen kwamen op de kruising met elkaar in botsing.
4.
Proces-verbaal van de politie(
onderzoek EDR systemen) [5]
Bij analyse van de uitgelezen gegevens bleek dat:
Volkswagen Golf:
(…)
• Het EDR systeem van het voertuig ongeveer 5 seconden voor "Event record 2" heeft
opgeslagen dat het voertuig met een geregistreerde snelheid van ongeveer 87 km/uur
reed.
(…)
• (…) De aanrijding hierdoor heeft plaatsgevonden met een laatst geregistreerde snelheid van ongeveer 60 km/uur - 5% correctie is tussen de 57 en 58 km/uur.
5.
Proces-verbaal van de politie (onderzoek verkeersregelinstallatie) [6]
Het betrof een kruispunt welke voorzien was van een verkeersregelinstallatie. Door mij zijn de ontvangen logbestanden van dit kruispunt geanalyseerd. Daaruit blijkt dat de bestuurder van de Volkswagen het voor hem geldende rode verkeerslicht heeft genegeerd. Dit verkeerslicht gaf blijkens het logbestand 3 minuten en 20,5 seconden rood licht aan.
6.
Schriftelijk stuk (schriftelijke slachtofferverklaring) [7]
Na het ongeluk zijn mijn dagelijkse werkzaamheden sterk verstoord omdat ik veel pijn in mijn nek en schouders voelde. Dezelfde dag ben ik bij mijn huisarts geweest en heb medicijnen gekregen. Na 6 maanden vanaf het ongeluk, in oktober 2024 ben ik begonnen met aangepast werk bij mijn werkgever. Het herstel heeft 16 maanden geduurd. Vanaf het ongeluk tot en met eind augustus 2025 heb ik wekelijks fysiobehandelingen gehad. Ik heb uiteindelijk twee doorverwijzingen gehad naar de neuroloog. De eerste keer heeft er geen scan plaatsgevonden en de tweede keer wel. De laatste heeft nog recent plaatsgevonden en
ikwas enorm blij toen ik hoorde dat er geen afwijkingen zijn in mijn cervicale wervelkolom.
2.3.2.
Bewijsmotivering
Uit het hiervoor bij de bewijsmiddelen blijkt de verdachte met een te hoge snelheid door een rood uitstralend verkeerslicht is gereden waarna hij de auto van het slachtoffer heeft aangereden. Het standpunt van de verdediging dat er sprake was van niet meer dan een kortstondig moment van mentale afwezigheid dan wel verwarring bij de verdachte wordt weersproken door het dossier. Uit het onderzoek naar de verkeersregelinstallatie volgt namelijk dat op het moment dat de verdachte met zijn auto voorbij de koplus, ongeveer vier meter voor de stopstreep van zijn rijbaan, reed, het voor hem geldende verkeerslicht (rijbaan voor rechtdoor) al drie minuten en 20,5 seconden rood licht uitstraalde. Daarnaast volgt uit het op verzoek van de verdediging gedane aanvullend onderzoek naar de verkeersregelinstallatie dat ook de andere twee verkeerslichten die vanuit de rijrichting van de verdachte zichtbaar waren al langere tijd op rood stonden, namelijk gedurende ongeveer 3 minuten en 50.1 seconden voor de rijbaan voor linksaf en gedurende ongeveer 15.2 seconden voor de rijbaan voor rechtsaf. Hierbij is dan ook geen sprake geweest van kortstondige onoplettendheid. Dat de verdachte het verkeerslicht onder deze omstandigheden in zijn omschrijving als groen heeft ‘ervaren’, heeft een buitengewoon gevaarlijke situatie gecreëerd en komt volledig voor zijn rekening. Anders dan de verdediging is de rechtbank, op grond van deze bevindingen dan ook van oordeel dat de verdachte zich zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gedragen en dat hij dus wel schuld heeft aan het ongeval als bedoeld in artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 (hierna WVW 1994).
Uit de slachtofferverklaring van het slachtoffer blijkt dat hij pijnklachten heeft (gehad) aan zijn nek en schouders en lange tijd arbeidsongeschikt is geweest. Deze verklaring wordt ten aanzien van de pijnklachten ondersteund door de FARR-verklaring, waarin de fysiotherapeut van het slachtoffer heeft beschreven dat het slachtoffer pijnklachten heeft en waaruit volgt dat hij daarvoor onder behandeling is. Dat er geen sprake is van medisch objectiveerbaar letsel, maakt dat niet anders. Daarbij zijn er geen feiten en omstandigheden gebleken waardoor de rechtbank aanleiding heeft om te twijfelen aan het gestelde letsel of aan de gestelde arbeidsongeschiktheid. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de slachtofferverklaring als bewijsmiddel kan worden gebruikt voor het ten laste gelegde lichamelijk letsel van het slachtoffer. Deze verklaring is namelijk een ‘ander geschrift’ zoals bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 van het Wetboek van Strafrecht [8] .
Aldus is bewezen dat het slachtoffer als gevolg van het ongeval zodanig lichamelijk letsel heeft opgelopen dat daardoor tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van zijn normale bezigheden is ontstaan.
Het voorgaande maakt dat de rechtbank het verzoek van de verdediging tot vrijspraak van het primair ten laste gelegde afwijst.
2.3.4.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat de verdachte:
op of omstreeks 3 april 2024 te Rotterdam als bestuurder van een motorrijtuig
(personenauto), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten
verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door met dat motorrijtuig zeer onvoorzichtig en onoplettend te
rijden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de kruising gelegen op de
Horvathweg en/of de Spaanseweg, welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,
- met een snelheid van ongeveer 87 km/u heeft gereden en/of is blijven rijden in de richting van die
voornoemde kruising en
- zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in
staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de
afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en waarover deze vrij was
en
- bij nadering van die meergenoemde kruising zijn aandacht niet voortdurend op de
weg en/of het verkeer vóór hem heeft gehad en
- niet heeft opgemerkt dat het verkeerslicht bestemd voor zijn rijrichting
(inmiddels) 3 minuten en 20,5 seconden rood licht uitstraalde en
- vervolgens de kruising is opgereden en niet tijdig heeft opgemerkt dat een
personenauto die kruising inmiddels was opgereden en
- de bestuurder van die personenauto niet heeft laten voorgaan en
- vervolgens met een nog altijd te hoge snelheid, tegen die personenauto is
aangebotst,
waardoor de bestuurder van die personenauto, genaamd [slachtoffer] zodanig
lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de
uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
Feit 1 primair;
overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht
3.2.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor het primair ten laste gelegde worden veroordeeld tot 180 uur taakstraf, te vervangen door 90 dagen hechtenis, en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van negen maanden met een proeftijd van twee jaar.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt om in geval van een bewezenverklaring te volstaan met het opleggen van een geldboete en om af te zien van het opleggen van een ontzegging van de rijbevoegdheid en van een taakstraf. De verdediging heeft mede gewezen op de tijd dat de zaak boven het hoofd van de verdachte heeft gehangen.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
De verdachte heeft een verkeersongeval veroorzaakt. Hij heeft met zijn auto harder gereden dan was toegestaan, het voor hem geldende rode verkeerslicht genegeerd en is, zo doende, het kruispunt opgereden waar op dat moment, bij een voor hem geldend groen verkeerslicht, ook het slachtoffer met zijn auto reed. De verdachte is op het kruispunt, nog steeds te hard rijdend, tegen de auto van het slachtoffer aangereden waardoor het slachtoffer lichamelijk letsel heeft opgelopen. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring is duidelijk geworden dat het ongeval grote impact heeft gehad op het dagelijks leven van het slachtoffer. Hij heeft ook last gehad van de nogal verwijtende houding die de verdachte volgens het slachtoffer tegenover hem had kort na het ongeluk.
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 28 november 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
De verdachte werkt vier dagen per week op een basisschool, is getrouwd en in afwachting van de geboorte van zijn eerste kind.
4.3.1.
Oplegging straf
Straf
Gegeven de bewezenverklaarde mate van schuld en gelet op de aard en ernst van het strafbare feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte acht de rechtbank de oplegging van een geldboete niet passend. Wel passend is een taakstraf. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank ook rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom legt de rechtbank een taakstraf op van 180 uur.
Als bijkomend straf ontzegd de rechtbank de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 9 maanden. Deze straf wordt, mede gelet op de tijd die is verstreken sinds het ongeval, voorwaardelijk opgelegd en heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

5.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

6.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf/straffen en maatregel/maatregelen
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf van 180 (honderdtachtig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
90 (negentig) dagen;
Ontzegging van de rijbevoegdheid
ontzegtde verdachte
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de tijd van
9 (negen) maanden;
bepaalt dat
de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzijde rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt.

7.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. M. Hulshof, voorzitter,
en mrs. J.J. Bade en J. van de Klashorst, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.S. Brouwer, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 21 januari 2026.
Mr. Van de Klashorst is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier met nummer [proces-verbaalnummer].
2.Verklaard tijdens de zitting van 7 januari 2026.
3.Forensisch Medische Letselrapportage d.d. 17 maart 2025 van [naam], forensisch arts (FARR).
4.Pagina’s 2-6 van het zaaksdossier.
5.Proces-verbaal Digitaal Voertuig Onderzoek, pagina’s 39-48 van het zaakdossier met twee bijlagen.
6.Proces-verbaal van Onderzoek Data Verkeersregelinstallatie d.d. 3 september 2024, pagina’s 90-98 van het zaakdossier met twee bijlagen.
7.Schriftelijke slachtofferverklaring van [slachtoffer] d.d. 24 december 2025
8.HR 11 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR2359