Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 09 augustus 2024;
- het aanvullend verzoekschrift van de man met bijlagen, ingekomen op
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek van de vrouw met bijlagen, ingekomen op 12 maart 2025;
- het verweerschrift van de man op het zelfstandig verzoek;
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 17 maart 2026;
- het bericht met bijlagen van de man van 18 maart 2026.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam] .
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
- € 15.000,- betaald aan de neef van de man voor in de woning verrichte werkzaamheden;
- € 9.600,- gebruikt voor de nieuwe keuken;
- € 7.600,- gebruikt voor de badkamer/wc;
- € 5.000,- voor een tweepersoonsbed;
- € 12.800,- besteed aan inboedelgoederen zoals keukenapparatuur, terrasoverkapping, kunstgras, wasmachine, vaatwasser, droger, tuin etc.
4.De beslissing
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn vijf dagen bij de ouder die de echtelijke woning bewoont;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn twee dagen bij de andere ouder;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn vijf doordeweekse dagen bij de man;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn twee dagen in het weekend bij de vrouw;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn vijf dagen bij de vrouw en twee dagen in het weekend bij de man;
- in de week dat de man het weekend moet werken zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vijf dagen bij de vrouw en twee doordeweekse dagen bij de man;