ECLI:NL:RBROT:2026:633
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling mate arbeidsongeschiktheid Wet WIA ongegrond verklaard
Eiseres, voormalig verzorgende extramuraal, werd sinds 6 december 2019 arbeidsongeschikt verklaard. Het UWV kende haar op grond van de Wet WIA een gedeeltelijke WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 48,80%, later herzien naar 42,35% na bezwaar. Eiseres stelde dat haar beperkingen en medische situatie onderschat waren en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onjuist was vastgesteld.
De rechtbank beoordeelde het medisch onderzoek, dat bestond uit meerdere onderzoeken door verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige, en concludeerde dat het UWV zorgvuldig en volledig te werk was gegaan. De rechtbank vond dat de FML correct was opgesteld en dat de beperkingen van eiseres adequaat waren meegenomen, ook rekening houdend met haar fysieke en psychische klachten.
Eiseres voerde aan dat er sprake was van een complex medisch beeld en dat een multidisciplinaire beoordeling ontbrak, maar de rechtbank vond dat dit onvoldoende onderbouwd was en dat de door het UWV gehanteerde criteria en rapportages de situatie juist weerspiegelen. De rechtbank wees het beroep af en oordeelde dat het verlies aan verdienvermogen van 42,35% terecht was vastgesteld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het UWV-besluit over de mate van arbeidsongeschiktheid is ongegrond verklaard.