Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 januari 2026 in de zaken tussen
[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres
de minister van Financiën
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- een schuld aan [persoon C] / [naam bedrijf 2] ter hoogte van € 10.925,25 (ROT 23/8082, bestreden besluit 3 en ROT 23/8087, bestreden besluit 1);
- een schuld aan [persoon D] ter hoogte van € 3.273,05 (ROT 23/8083, bestreden besluit 2 en ROT 23/8087, bestreden besluit 1);
- een schuld aan [naam bedrijf 3] inzake Stichting [naam stichting] ter hoogte van € 16.406,34 (ROT 23/8083, bestreden besluit 2);
- een schuld aan [persoon E] ter hoogte van € 2.017,56 (ROT 23/8087, bestreden besluit 1);
- een schuld aan [naam incassobedrijf] inzake Stichting [naam stichting] ter hoogte van € 16.406,34 (ROT 23/8087, bestreden besluit 1);
- een schuld aan [naam hypotheekkantoor] ter hoogte van € 33.201,31 (ROT 23/8087, bestreden besluit 1);
- een schuld aan Kinderdagverblijf [naam bedrijf 1] met debiteurnummer [debiteurennummer] ter hoogte van € 446.353,08 (ROT 23/8087, bestreden besluit 1);
- een schuld aan Kinderdagverblijf [naam bedrijf 1] rekening courant ter hoogte van € 218.539,- (ROT 23/8087, bestreden besluit 1).
Schuld als directeur
Hardheidsclausule
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep in de zaak ROT 23/8083 ongegrond;
- verklaart de beroepen in de zaken ROT 23/8082 en ROT 23/8087 gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten 1 en 3 voor zover daarin is beslist dat de minister de schulden aan [persoon C] / [naam bedrijf 2] en [naam hypotheekkantoor] niet overneemt;
- herroept de besluiten van 31 januari 2023 en 7 juli 2023 voor zover daarin is beslist dat de minister de schulden aan [persoon C] / [naam bedrijf 2] en [naam hypotheekkantoor] niet overneemt;
- bepaalt dat de minister schuld aan [persoon C] / [naam bedrijf 2] overneemt tot een bedrag van € 10.925,25 en de schuld aan [naam hypotheekkantoor] tot een bedrag van € 33.201,31;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de vernietigde gedeelten van de bestreden besluiten;
- bepaalt dat de minister het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres vergoedt;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 4.872,50.