ECLI:NL:RBROT:2026:6589
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod en verlenging wegens ernstig gevaar voor veiligheid gezinsleden
Op 21 april 2026 legde de burgemeester van de gemeente Nissewaard een huisverbod op aan verzoeker wegens een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van zijn partner en minderjarige kind. Dit huisverbod werd op 1 mei 2026 verlengd tot 19 mei 2026. Verzoeker stelde beroep in tegen beide besluiten en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 12 mei 2026 werd vastgesteld dat verzoeker zijn zoontje hardhandig had opgepakt en geslagen, wat leidde tot zichtbaar letsel. Ook was er sprake van agressief gedrag richting de partner en politieagenten, waarbij verzoeker onder invloed van alcohol was. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze feiten een ernstig vermoeden van gevaar opleverden en dat het huisverbod en de verlenging daarvan gerechtvaardigd waren.
Verzoeker voerde aan dat het gevaar niet bestond bij het opleggen en verlengen van het huisverbod, maar de rechter stelde vast dat het gevaar tijdens de verlenging nog voortduurde, mede doordat geen hulpverlening was betrokken en er geen afspraken waren gemaakt. Hoewel tijdens de zitting een gesprek met hulpverlening had plaatsgevonden, was het gevaar nog niet weggenomen.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, wees het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen het opleggings- en verlengingsbesluit van het huisverbod zijn ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.