De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een voorziening voor pleegzorg. De minderjarige verblijft sinds de geboorte in een crisispleeggezin na een spoedmachtiging. De moeder voert verweer en stelt dat een plaatsing in een moeder-kindhuis mogelijk is, waardoor een verlenging van de machtiging voor de volledige periode niet noodzakelijk is.
Tijdens de zitting, waarbij ook de ex-schoonmoeder als informant werd gehoord, is gebleken dat de moeder en minderjarige binnenkort terecht kunnen in het moeder-kindhuis 'Twentse Geluk'. De kinderrechter betreurt het feit dat de minderjarige direct na de geboorte zonder overleg met de moeder uit huis is geplaatst, wat het vertrouwen in de gecertificeerde instelling heeft geschaad.
De kinderrechter oordeelt dat verlenging van de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding, maar gezien de korte termijn waarop plaatsing in het moeder-kindhuis mogelijk is, wordt de machtiging slechts voor twee weken verlengd. Hiermee wordt voldoende tijd geboden voor een soepele overgang. Het overige verzoek van de gecertificeerde instelling wordt afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep.