ECLI:NL:RBROT:2026:6626

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
9 juni 2026
Zaaknummer
C/10/714057 / JE RK 26-175
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens zorgelijke thuissituatie

De gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2009 en 2014, die bij hun ouders wonen. De kinderrechter nam de stukken mee in de beoordeling en hield op 7 mei 2026 een zitting met gesloten deuren, waarbij de ouders en kinderen niet verschenen.

De situatie van de kinderen werd als zeer zorgelijk beoordeeld. De thuissituatie is onrustig, met onzekerheid over het behoud van de woning, problemen met stroom- en watervoorziening, en de oudste minderjarige fungeert als tolk voor de ouders. Dit leidt tot fors schoolverzuim en een te grote verantwoordelijkheid voor de kinderen, wat hun ontwikkeling belemmert.

De kinderrechter concludeerde dat aan de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan en verlengde deze tot 9 april 2027. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De ouders en kinderen werden dringend verzocht om medewerking te verlenen aan het traject om de ontwikkelingsbedreigingen weg te nemen.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen tot 9 april 2027 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/714057 / JE RK 26-175
Datum uitspraak: 7 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd te Rotterdam , hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2009 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), hierna te noemen: [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
[vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] .

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de tussenbeschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 2 april 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.
1.2.
Op 7 mei 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- twee vertegenwoordigers van de GI, [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2] .
1.3.
De vader en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij juist zijn opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn niet voor het kindgesprek verschenen.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun ouders.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 april 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 9 mei 2026.

3.Het aangehouden verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Reeds is dit verzoek bij voornoemde beschikking voor de duur van één maand toegewezen, te weten tot 9 mei 2026. Thans dient er op het restant te worden beslist.
3.2.
De GI heeft het restant van het verzoek ter zitting gehandhaafd. De situatie van beide kinderen is zeer zorgelijk. De GI heeft gisteren contact gehad met de ouders. Zij gaven aan dat het hen niet lukte om naar de zitting van vandaag te komen. Vanochtend is de GI opnieuw bij de ouders langsgegaan om de kinderen op te halen voor de kindgesprekken. [minderjarige 1] wilde echter niet mee en de ouders gaven geen toestemming voor de komst van [minderjarige 2] . De GI heeft eerder al aan [minderjarige 1] uitgelegd dat het belangrijk is dat zij met de kinderrechter in gesprek gaat om haar verhaal te kunnen doen. De GI vermoedt dat ook [minderjarige 1] voelt dat zij hiervoor toestemming van haar ouders nodig heeft.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5. De kinderrechter heeft kennis genomen van de inhoud van de stukken en is van oordeel dat de situatie van de kinderen uitermate zorgelijk is. Hun thuissituatie is op zijn minst onrustig te noemen. Gemeld wordt immers dat niet duidelijk is of de woning behouden kan worden, de stroom- en watervoorziening hapert en dat de kinderen, met name [minderjarige 1] , thuis moeten blijven om als tolk voor de ouders te fungeren. Hierdoor is er ook sprake van fors schoolverzuim. Ook over [minderjarige 2] worden forse zorgen gemeld. De ouders lijken niet tot amper beschikbaar voor beide kinderen en de kinderen dragen, zo blijkt uit de stukken, veel te veel verantwoordelijkheid. Zo komen zij niet toe aan hun eigen ontwikkeling en dat is uiteraard niet in hun belang. Dit alles maakt dat de ondertoezichtstelling onverminderd noodzakelijk is.
Het restant van het verzoek zal dan ook worden toegewezen. Aan de GI wordt dringend verzocht na de lastige start, waarbij geen inzet van de GI aanwezig bleek, nu werkelijk aan de slag te gaan zodat de ontwikkelingsbedreigingen voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kunnen worden weggenomen.
5.1.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 9 april 2027.
5.2.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 9 april 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2026 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van S.L. Bulte als griffier, en op schrift gesteld op 19 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.