Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
ROT 25/5097, ROT 25/5098 en ROT 25/5119.
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 april 2026 in de zaak tussen
[eiser 1] , eiser, [eiser 2] , eiser en [eiseres 1] , eiseres,
[eiseres 2], eiseres,
[eiseres 3], eiseres,
De erven van [persoon A] en [persoon B], eisers,
[eiseres 4], eiseres,
de Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, hierna: de Svb
Samenvatting
De Svb heeft in de beroepen met zaaknummers ROT 25/5087, ROT 25/5089, ROT 25/5097, ROT 25/5098 en ROT 25/5119 geconcludeerd dat de aanleiding voor het vermogensonderzoek was gelegen in een tip dan wel eigen melding en niet in het projectmatig onderzoek. Volgens eisers maakt dit geen verschil. De rechtbank komt in alle zaken tot het oordeel dat het beroep ongegrond is.
Procesverloop
Met de afzonderlijke bestreden besluiten (van 23 mei 2025, 30 juni 2025 en 30 mei 2025) op de bezwaren van eisers is de Svb bij de afwijzing van de herzieningsverzoeken gebleven.
2.5. De rechtbank heeft de beroepen op 26 januari 2026 gevoegd behandeld. Aan de zitting hebben deelgenomen: de gemachtigde van eisers en de gemachtigden van de Svb.
Beoordeling door de rechtbank
Het beroep met zaaknummer ROT 25/5098
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. A.M.E.A. Neuwahl, leden, in aanwezigheid van mr. J.J. van Giezen-Groenewoud, griffier.