ECLI:NL:CRVB:2021:1498
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking AIO-aanvulling wegens niet-melding buitenlands onroerend goed zonder discriminatie
Appellanten ontvingen een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) en kregen deze ingetrokken omdat zij niet hadden gemeld dat zij een appartement in Turkije bezaten, waardoor zij vermogen boven de toegestane grens hadden. De Sociale verzekeringsbank (Svb) voerde een meerjarig onderzoek uit naar verblijf en vermogen in het buitenland, waarbij onder meer een huisbezoek en een onderzoek via het Bureau Attaché Sociale Zaken in Ankara plaatsvonden.
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat het onderzoek van de Svb discriminerend was, omdat in de interne werkinstructies en communicatie werd gesuggereerd dat AIO-gerechtigden geboren in het buitenland anders werden behandeld dan in Nederland geboren gerechtigden. De Raad onderzocht deze stellingen aan de hand van interne documenten, waaronder werkinstructies uit 2017 en 2019 en een brief van de manager juridisch beleid van de Svb.
De Raad concludeerde dat er geen ongerechtvaardigd verschil in behandeling bestaat. Zowel in Nederland als in het buitenland geboren AIO-gerechtigden worden volgens dezelfde criteria onderzocht, waarbij een enkele vakantiemelding niet automatisch leidt tot nader onderzoek. Selectiecriteria zoals verblijfsduur en adres bepalen of verder onderzoek plaatsvindt.
Het hoger beroep faalde en de Raad bevestigde het bestreden besluit van de rechtbank Overijssel. Er was geen aanleiding voor een kostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de AIO-aanvulling en de terugvordering wegens niet-melding van buitenlands onroerend goed zonder discriminatie.