Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres,
Samenvatting
Procesverloop
Totstandkoming van het bestreden besluit
Ik, toezichthouder 0104229, bevond mij op 06 februari 2024 omstreeks 09:15 uur bij [eiseres] te [plaats] . Ik heb hier camerabeelden bekeken in het kader van cameratoezicht opdierenwelzijn. Ik zag op het beeldscherm de beelden van de camera “steken” van 22 januari2024 om 08:26 uur en van 25 januari 2024 om 08:58 uur en 12:42 uur. Ik kon de situatie goed zien, het beeld was scherp en helder, de situatie was goed in beeld.
Beoordeling door de rechtbank
Ogen zijn open en “starend”; geleidelijk verwijden van pupil, géén weggedraaide oogbollen, géén spontaan knipperen.” Verder staat als alarmsignalen het volgende vermeld: “
Niet/onvolledig optreden bovenstaande tekenen -» dier is niet goed bedwelmd. Tekenen van (terugkerend) bewustzijn tijdens verbloeden: Ritmisch ademen, positieve oogreflexen, spontaan knipperen met de ogen, pogingen om zich op te richten, geluid maken (gillen, grommen, kreunen, smakken).” Volgens verweerder is de enkele aanwezigheid van één van de genoemde tekenen voldoende voor de conclusie dat de toestand van bewusteloosheid niet is aangehouden.
The flow chart in Figure 5 illustrates this opinion’s recommendations regarding the three key stages of monitoring, the recommended outcomes of consciousness or unconsciousness and the course of action to be taken when outcomes of consciousness are detected in cattle following captive bolt stunning. Following the stun, and prior to shackling (key stage 1), the four indicators listed above the dashed line in the blue Toolbox 1 are recommended to be used to recognise consciousness. The indicators below the dashed line also can be used to check for signs of consciousness, but their sensitivity is low and they should not be relied upon on their own. If the animal shows any of the signs of consciousness (red box), then appropriate intervention should be applied.
Indien het dier onvoldoende bedwelmd is wordt het kalf opnieuw geschoten”. Zoals hiervoor is overwogen staat voor de rechtbank niet vast dat de drie kalveren na de mechanische bedwelming bij bewustzijn kwamen. Er kan dus ook niet worden geconcludeerd dat de kalveren onvoldoende bedwelmd waren en dat eiseres de dieren overeenkomstig haar werkinstructie opnieuw had moeten schieten.
Bij Ekro is gekozen voor een 100 % controle op de oogreflex. Indien er nog een oogreflex wordt geconstateerd wordt dit aangegeven op de aanvoerlijst. De norm is < 1 % mag een afwijking vertonen.” In het rapport van bevindingen is duidelijk beschreven dat de toezichthouders zagen dat bij het kalf op de camerabeelden van 25 januari 2024 om 8.58 uur de medewerker de halssnede aanbracht zonder voorafgaand te controleren op oogreflexen. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de juistheid van deze waarneming te twijfelen. De betreffende camerabeelden geven geen aanleiding voor twijfel omdat daarop niet is te zien dat een dergelijke test bij het kalf is uitgevoerd. Het beroep van eiseres op de in de werkinstructie genoemde afwijkingsnorm van 1 % treft geen doel nu dit geen betrekking kan hebben op het uitvoeren van de oogreflextest. In de werkinstructie is immers duidelijk vermeld dat bij alle dieren een dergelijke test wordt uitgevoerd. Nu dit bij een van de drie kalveren niet is gebeurd, concludeert verweerder terecht dat eiseres niet overeenkomstig haar eigen standaardwerkwijze heeft gehandeld en daarmee beboetbaar feit 3 heeft begaan.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 29 oktober 2024;
- herroept het primaire besluit;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 371,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.534,- aan proceskosten van eiseres.