11.2.De voorzieningenrechter volgt verzoeker niet in de stelling dat het lachgas voor eigen gebruik was. Op 12 september 2025 en 28 oktober 2025 is er in totaal 1.365 gram en 3.970 gram lachgas in verzoekers woning aangetroffen. Op beide momenten is dus lachgas aangetroffen dat de aangehouden hoeveelheid voor eigen gebruik van 80 gram in zeer ruime mate overstijgt, zodat sprake is van een forse handelshoeveelheid. Het betoog van verzoeker dat er geen rechtsregel is die bepaalt dat hoeveelheden aangetroffen lachgas in een bepaalde periode bij elkaar kunnen worden opgeteld stuit daar reeds op af. De burgemeester heeft mogen aannemen dat die drugs ook bestemd waren voor de verkoop, aflevering of verstrekking. Zij was daarom in beginsel bevoegd om de woning te sluiten.
Is er een noodzaak om de woning te sluiten?
12. Aan de hand van de ernst en omvang van de overtreding dient vervolgens te worden beoordeeld in hoeverre sluiting van de woning noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde.
13. Verzoeker betwist de noodzaak van de sluiting. Er is geen sprake van drugshandel in de woning. Sluiting is dan ook niet nodig om de openbare orde en het woon- en leefklimaat te herstellen. De burgemeester had moeten volstaan met een minder verstrekkende maatregel.
14. Gelet op de grote hoeveelheden aangetroffen lachgas, het aantal lege lachgascilinders en de ballonnen, heeft de burgemeester het aannemelijk mogen vinden dat deze drugs geheel of gedeeltelijk bestemd waren voor verkoop, aflevering of verstrekking. Verder blijkt uit de vele meldingen, de gevechten in en rondom de woning en het meerdere keren instappen van de politie in de woning dat sprake is van een ernstige overlast gevende situatie. Gelet op het voorgaande is aannemelijk dat de woning een rol speelt binnen de keten van drugshandel. Dit levert op zich al een belang op bij sluiting. Daarnaast heeft de burgemeester mogen betrekken dat de woning is gelegen in de wijk Middelland ligt, een kwetsbare wijk met drugsoverlast en daaraan gerelateerde criminaliteit. Een zichtbare sluiting van de woning is een signaal voor drugscriminelen en buurtbewoners dat de overheid optreedt tegen drugscriminaliteit. De burgemeester heeft de sluiting voor de duur van drie maanden dan ook noodzakelijk mogen achten.
Is de sluiting van de woning evenwichtig?
15. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid zijn verschillende omstandigheden van belang, zoals de mate van verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon, een bijzondere binding met het pand en de mogelijkheid om weer van het pand gebruik te kunnen maken. De nadelige gevolgen van de sluiting moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk mocht vinden.
16. Verzoeker stelt dat hij door de woningsluiting zijn woning zal verliezen. Hij is een kwetsbaar persoon. Verzoeker heeft een verslavingsachtergrond, leeft van een uitkering en staat onder bewind. Het verlaten van de woning zou zijn stabiliteit ernstig in gevaar brengen en zal ertoe leiden dat hij zal afglijden.
17. De voorzieningenrechter vindt de gevolgen van de sluiting in dit geval niet onevenwichtig. Inherent aan de sluiting van een woning is dat de bewoner de woning moet verlaten. Dat is op zich geen bijzondere omstandigheid. De verhuurder is een procedure begonnen om de huurovereenkomst te ontbinden, waardoor verzoeker na de sluiting van drie maanden niet meer kan terugkeren naar de woning. Dit is echter niet het gevolg van de sluiting, maar omdat er in de woning drugs zijn aangetroffen. Gelet op de aangetroffen handelshoeveelheid drugs, de vele overlastmeldingen en grootschalige gevechten is sprake van een ernstige situatie, waarvan verzoeker een verwijt kan worden gemaakt, nu hij als hoofdbewoner verantwoordelijk is voor wat er in zijn woning gebeurt. Verzoeker is lachgas verslaafd en geeft andere personen toegang hadden tot zijn woning. [persoon B] heeft ter zitting verklaard dat hij er op toe zal zien dat verzoeker geen overlast meer zal veroorzaken, maar dat biedt voor de voorzieningenrechter onvoldoende garantie dat herhaling zal worden verkomen. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat (zoals door de gemachtigde van het college ter zitting is verklaard) ook na het bestreden besluit meerdere overlastmeldingen zijn binnengekomen, te weten: op 11 februari, 6 maart, 7 maart, 19 maart, 23 maart en 1 april 2026. [persoon B] heeft ter zitting verklaard dat hij degene was die op deze momenten de politie belde. Hij heeft namelijk steeds aanvaringen met de lachgasdealers omdat zij weigeren de woning te verlaten. Hieruit blijkt dat verzoeker de situatie in zijn woning niet onder controle heeft en dat de inzet van de politie nodig is ter voorkoming van (verdere) escalatie. Ook is niet gebleken dat verzoeker (om medische redenen) specifiek gebonden is aan de woning of dat de woning de (enige) plek is die verzoeker een bestendig woon- en leefklimaat kan bieden. Tot slot is niet gebleken dat verzoeker niet kan terugvallen op een sociaal netwerk en/of niet terecht kan in de crisisopvang of daklozenopvang. De voorzieningenrechter begrijpt dat dit geen ideale situatie is, gelet op de verslavingsachtergrond van verzoeker, maar dit betekent wel dat verzoeker niet zonder onderdak zal komen te zitten door de sluiting.
18. Gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft de burgemeester de belangen bij de sluiting zwaarder mogen wegen dan de belangen van verzoeker bij het voortgezet gebruik van de woning. De voorzieningenrechter verwacht dan ook dat het bestreden besluit in bezwaar in stand zal blijven.