Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 april 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker,
de burgemeester van Rotterdam, de burgemeester,
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
De voorzieningenrechter is van oordeel dat in de rapportages de meldingen voldoende duidelijk zijn omschreven. Verder stelt de voorzieningenrechter vast uit pagina 2 van de rapportage van 29 november 2025 blijkt dat de politie ook zelf ter plaatse geschreeuw heeft gehoord en uit pagina 2 van de rapportage van 16 januari 2026 dat de politie zelf ter plaatse vechtpartijen heeft waargenomen. Deze waarnemingen van de politie heeft verzoeker niet betwist. De burgemeester mocht dus bij de beoordeling uitgaan van de in de bestuurlijke rapportage neergelegde bevindingen. Er is geen grond voor het oordeel dat verzoeker de mogelijkheid is ontnomen om zich te verweren omdat de registraties van de overlastmeldingen in het dossier ontbreken.