ECLI:NL:RVS:2021:2826
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- D.A.C. Slump
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sluitingsbesluit eetcafé wegens onvoldoende verband met drugs
De burgemeester van Tilburg had het eetcafé aan een locatie in Tilburg voor twaalf maanden gesloten op grond van de Opiumwet vanwege vermoedens van drugshandel en -gebruik. Bij een politie-inval werden onder andere cocaïne en hasj aangetroffen, waarna de burgemeester op basis van meldingen en politiegegevens besloot tot sluiting.
De eigenaar van het eetcafé maakte bezwaar en stelde dat de drugs niet bestemd waren voor verkoop vanuit het pand, maar toebehoorden aan een bezoeker die ze op de grond had gegooid. De rechtbank oordeelde dat het verband tussen de drugs en het eetcafé onvoldoende was aangetoond, waarna de burgemeester hoger beroep instelde.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de burgemeester onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de drugs met het eetcafé waren verbonden. De MMA-meldingen waren onvoldoende concreet en niet goed geverifieerd, en de enkele waarnemingen en verklaringen boden geen sluitend bewijs van drugshandel vanuit het pand.
Daarom vernietigde de Afdeling bestuursrechtspraak het besluit tot sluiting en het daaropvolgende besluit van de burgemeester, en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van het eetcafé wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van een verband tussen de drugs en het pand.