Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2026 in de zaak tussen
[naam 1] en [naam 2] , uit [woonplaats 1] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee, het college
[naam 3]uit [woonplaats 2] , vergunninghouder.
Samenvatting
.Eisers krijgen dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Uit het verweerschrift blijkt verder dat DCMR recent een controlebezoek heeft gebracht aan de [locatie 2] . De DCMR heeft geconstateerd dat er op de locatie geen sprake meer is van een agrarisch bedrijf. De huidige eigenaar is op zeer hoge leeftijd en houdt hobbymatig drie Limousin koeien met af en toe een kalf. Dit wordt volgens het college op grond van het Besluit Activiteiten Leefomgeving niet gezien als een milieubelastende activiteit. Daarnaast wordt er op het perceel twee hobby pony’s gehouden. Omdat het minder dan vijf paarden betreft, is het houden van twee hobby pony’s met bijbehorende beperkte mestopslag volgens het college niet geurrelevant. Eisers hebben dit niet bestreden en hebben overigens ook niet aannemelijk gemaakt dat er wel sprake is van cumulatie van geuremissies. Het enkele feit dat de bestemming van de gronden op dit moment nog meer vee zou toestaan, maakt niet dat van een hogere geurbelasting moet worden uitgegaan. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het college in redelijkheid het standpunt heeft kunnen innemen dat er geen sprake kan zijn van meer geuroverlast door cumulatie van geuremissies en dat de geurbelasting op de tiny houses niet zodanig is dat een goed woon- en leefklimaat niet kan worden gegarandeerd.