ECLI:NL:RVS:2024:3584
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vernietiging omgevingsvergunning bijbehorend bouwwerk in Voorschoten
Het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten verleende op 29 maart 2019 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een bijbehorend bouwwerk bestaande uit een garage, overkapt terras en berging achter een woning aan de [locatie]. De vergunning werd aangevochten door [wederpartij], die handhavend wilde optreden tegen het zonder vergunning gerealiseerde bouwwerk.
De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar van 3 oktober 2019 en herroept het primaire besluit van 29 maart 2019, omdat het college volgens de rechtbank ten onrechte aannam dat het bouwwerk buiten de bebouwde kom lag en onvoldoende motivering gaf. Tevens stelde de rechtbank dat een uitgebreide voorbereidingsprocedure gevolgd moest worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de locatie feitelijk binnen de bebouwde kom ligt en dat het college terecht de reguliere voorbereidingsprocedure toepaste. De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover het primaire besluit werd herroepen en bevestigt de rest van de uitspraak. Het college moet een nieuw besluit op bezwaar nemen met inachtneming van de overwegingen, waaronder de beoordeling van oppervlakte en privaatrechtelijke aspecten.
De Afdeling wijst op het overgangsrecht van de Omgevingswet en benadrukt dat de Beleidsregels Kruimelgevallen Voorschoten 2015 van toepassing zijn. De overschrijding van de maximale oppervlakte is niet verwaarloosbaar en rechtvaardigt geen afwijking. De civielrechtelijke procedure over perceelgrensoverschrijding is beëindigd en aanpassingen zijn doorgevoerd. Het college wordt uitgenodigd gewijzigde bouwtekeningen te beoordelen bij het nieuwe besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank deels vernietigd en het college moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.