ECLI:NL:RBROT:2026:6987
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na ingetrokken beroep tegen betalingscapaciteit Dienst Toeslagen
Verzoeker stelde beroep in tegen een besluit van de Dienst Toeslagen over de vaststelling van zijn betalingscapaciteit. Dit beroep werd ingetrokken tijdens de zitting van 22 januari 2026, waarbij verzoeker tevens een proceskostenvergoeding vorderde. De Dienst Toeslagen had het bezwaar van verzoeker eerder ongegrond verklaard.
Verzoeker stelde dat de Dienst Toeslagen aan hem was tegemoetgekomen omdat de Sociale Verzekeringsbank (SVB) een nieuw besluit had genomen dat zijn recht op kinderbijslag verlengde, waarop de Dienst Toeslagen een nieuw besluit over het kindgebonden budget zou nemen. Volgens verzoeker was dit een gevolg van zijn beroep.
De Dienst Toeslagen betoogde dat het nieuwe besluit niet voortkwam uit het beroep, maar uit het nieuwe SVB-besluit, dat ook zonder beroep zou zijn genomen. De rechtbank oordeelde dat de Dienst Toeslagen niet aan verzoeker was tegemoetgekomen en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.P. Ferwerda op 27 mei 2026. De griffier was verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de Dienst Toeslagen niet aan verzoeker is tegemoetgekomen.