ECLI:NL:RVS:2004:AQ5770
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- B.J. van Ettekoven
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking bouwvergunning hoger beroep
Het college van burgemeester en wethouders van Schiedam verleende op 13 december 2001 een bouwvergunning aan Bremamax Beheer en Beleggingen B.V. voor de bouw van een appartementengebouw aan de Boterstraat 22-24 te Schiedam. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college op 21 mei 2002 ongegrond werd verklaard. Vervolgens verklaarde de rechtbank Rotterdam het beroep van verzoekers op 9 juli 2003 ongegrond.
Verzoekers stelden hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. Tijdens de behandeling van het hoger beroep verzocht vergunninghoudster het college op 9 maart 2004 de bouwvergunning in te trekken, wat het college bij besluit van 15 maart 2004 deed. Hierop trokken verzoekers het hoger beroep in en verzochten zij om proceskostenvergoeding.
De Raad van State oordeelde dat het college niet aan de bezwaren van verzoekers tegemoet was gekomen in de zin van artikel 8:75a Awb, omdat het intrekkingsbesluit voortvloeide uit het verzoek van vergunninghoudster en niet uit de beroepsgronden van verzoekers. Wel veroordeelde de Afdeling het college tot betaling van proceskosten die verband hielden met het verschijnen ter zitting, omdat verzoekers pas daarover werden geïnformeerd.
De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 346,17, waarvan € 322,00 voor beroepsmatige rechtsbijstand. Het college werd veroordeeld dit bedrag aan verzoekers te betalen, terwijl het verzoek voor het overige werd afgewezen.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Schiedam is veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoekers van € 346,17.